Al eerder hebben wij verslag gedaan over de zoektocht achter de exlibrissen van G. Beekmeijer in ’t Kleppermenneke (nr 10 van 17 mei 2018). Uit het onderzoek blijkt dat Andreas Schotel de exlibrissen heeft vervaardigd voor de onderwijzeres aan de lagere school te Esbeek, die van augustus 1935 tot februari 1939 aan de school gestaan heeft, maar moest vertrekken omdat ze in verwachting was van een dochter Liselotte, die op 25 augustus 1939 te Schiedam wordt geboren.

Zo zijn er in de museumcollectie vijf varianten van een exlibris aanwezig, die Andreas Schotel gemaakt heeft op naam van een Jan Schotel, maar voor welke Jan Schotel waren die bestemd? Gelet op de beeldelementen steiger, zuil met Dorisch kapiteel, passer en driehoek en bij sommige varianten aangevuld met hamer en troffel of groter steiger- en muurwerk moeten die voor een Jan Schotel zijn geweest, die in de bouw actief was als bouwkundige, architect of wellicht aannemer. 

In alle takken van de uitgebreide familie Schotel komt de naam Jan of Johannes Schotel veelvuldig voor, zodat naar een telg in de bouw gezocht moet worden, die als bouwkundige en/of aannemer werkzaam was. Het is een flinke zoektocht naar de ‘goede’ Jan Schotel geworden. In ieder geval moest de betreffende Jan Schotel in de jaren dertig of later werkzaam zijn geweest. 

De bekendste bouwkundige en ingenieur in de Schotel-familie is Jan Schotel sr (1845-1912), die tramwegen heeft aangelegd en watertorens met waterleidingnetwerken heeft ontworpen, maar ook uitbreidingen heeft gerealiseerd voor Heineken’s Bierbrouwerij Maatschappij. In de publicaties over Nederlandse watertorens van Pauline Houwink (1973) en Henk van der Ven (2005) wordt een zestiental watertorens van zijn hand opgesomd. Hij is de zoon van metselaar-aannemer Cornelis Johannes Schotel (1815-1887) en in 1871 getrouwd met Anna Cornelia Schijff (1851-1908). Zijn zoon Jan Schotel jr (1877-1949) wordt als getuige bij het huwelijk van zijn zus Annie met Oscar Stokvis in 1903 bouwkundige genoemd. In maart 1905 trouwt hij met Elizabeth Luijten (1882-1905), die nog hetzelfde jaar overlijdt. Al voor het overlijden van senior in 1912 blijkt hij naar Ecuador getrokken, waar hij o.a. consul van Nederland is. In 1949 zal hij in Ecuador te Quayaquil sterven. Het feit, dat het architecten- en ingenieursbureau van zijn vader door medewerker Arie Didericus Heederik (1862-1937) onder eigen naam wordt voortgezet, bevestigt dat. Voor deze Jan Schotel kunnen de exlibrissen niet zijn.

Verder komen wij een Jan (Johannes) Schotel (1887-1967) op het spoor, die zich volgens de Rotterdamse adresboeken afficheert als bouwkundige en aannemer. Misschien komt deze Jan in aanmerking. Deze Johannes Schotel is geboren uit het tweede huwelijk van pakhuisbaas Johannes Schotel (1856-1907) en Jannetje de Broekert (1855-1921).  Hij trouwt in augustus 1913 met de Schiedamse Adriana Willemina Moermans (1886-1961), dochter van een letterzetter en woont op de Snellinckstraat, Schoonebergerweg en Schietbaanlaan. Hij is partner in de firma Van Vliet & Schotel aan het Burgemeester Hoffmanplein te Rotterdam. Hij moet verwoed de kegelsport beoefend hebben, want hij is commissaris bij Kegelclub Sparta en blijft ook bij het kegelen in Schiedam betrokken, wanneer het gezin in 1934 naar Schiedam verhuist. Daar profileert hij zich dan vooral als aannemer, want zijn naam komt in de kranten bij vele aanbestedingen voor en hij koopt percelen grond waarop hij huizen bouwt. In de firma Schotel & Zoon zit zijn zoon Franciscus Bernardus Schotel (1914-1958). In de jaren 1950 vormt Schotel & Zoon met de aannemers Smits en Noordzij de Aannemerscombinatie S.S.N., die tot 1957 actief blijft. Daarmee dacht ik mogelijk de bedoelde Jan Schotel van de exlibrissen op het spoor te zijn, maar echt bewijs daarvoor heb ik niet. Overigens zou hij als fervent beoefenaar van de kegelsport op zijn exlibris  niet eerder een verwijzing naar zijn hobby gewenst hebben?

Bij het hernieuwd doornemen van de Schoteldocumentatie staat op een adressenlijst van Andreas Schotel de naam van een architect Jan Schotel in Oldenzaal vermeld en wel op het adres Zuivelmarkt 39. Via krantenonderzoek kom ik er achter, dat een Jan Schotel architect B.N.A. zich – mogelijk als opvolger van architect Arno Nicolaï – per 1 juli 1949 op de Zuivelmarkt te Oldenzaal heeft gevestigd en vanaf 1 juni 1950 aldaar werkzaam is op het adres Berkstraat 26. In oktober 1949 wordt een dochter Henriëtte geboren en is een L. Goossens zijn echtgenote. Zoals het gedenkboek van De Groote Sociëteit 1897-1997. Honderd jaar sociëteitsleven in Oldenzaal door Seijer Troost (Oldenzaal 1997, 219-222) vermeldt, maakt hij een renovatieplan voor het bouwvalige, oorspronkelijk zeventiende-eeuwse vakwerkhuisje bij het Racer Palthehuis aan de Marktstraat 10 te Oldenzaal. Het departement Oldenzaal van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen dient bij de provincie Overijssel een subsidieverzoek in, de Rijksdienst voor Monumentenzorg keurt de plannen goed, maar vindt in tweede instantie dat het pand toch gesloopt moet worden, waarbij het bouwmateriaal opgeslagen moet worden, hetgeen in 1954 geschiedt. Architect Schotel ontwerpt verder het verenigingsgebouw Ons Belang en de ULO-school in Oldenzaal, is lid van het in maart 1950 opgericht Initiatief Comité Oldenzaal, maar belangrijker is het bericht, dat hij zich aanbiedt de oude boeken te catalogiseren voor de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (zie Twentsch Dagblad Tubantia van 21 november 1949). Iemand die geïnteresseerd is in boeken, heeft eerder de wens zelf een exlibris te bezitten. Nog altijd is niet duidelijk wie precies deze architect Jan Schotel is en hoe hij bij Andreas Schotel met zijn verzoek voor een boekmerk is uitgekomen. Blijkens een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 17 december 1958 werkt Jan Schotel dan in Amsterdam aan de Nic. Japiksestraat 67 en vraagt een “bouwk. tekenaar bekendheid met scholenbouw en interieurwerk strekt tot aanbeveling”. Uiteindelijk lukt het toch deze architect Jan Schotel nader te traceren. 

Jan en zijn tweelingbroer Herman Schotel worden op 24 april 1917 te Amsterdam geboren. Vader is scheikundige Dirk Schotel (1880-1953) die op 7 mei 1908 te Amsterdam met onderwijzersdochter Cornelia Wijnrox (1884-1979) is getrouwd. Grootvader François Isaäc Schotel (1851-1919) is adjunct-inspecteur posterijen en telegrafie te Amsterdam en een jongere broer van watertorenbouwer Jan Schotel. Uit het militieregister blijkt bij de keuring op 8 april 1936, dat Herman winkelbediende is en “geschikt” voor militaire dienst, Jan is timmerman en leerling aan de M.T.S. en wordt “voorgoed ongeschikt” bevonden. Later is hij bouwkundig tekenaar en weet zich dus op te werken tot architect B.N.A. In 1941 verblijft hij in Eindhoven en Best, waar hij Louise Goossens (1915-1979) leert kennen, met wie hij op 19 februari 1942 te Amsterdam in het huwelijk treedt. Zij is een dochter van sigarenfabrikant Johannes Franciscus Hermanus Goossens en Geertruida Gerharda Visch ten tijde dat vader directeur is van Ankersmit & Goossens te Deventer. Uit het huwelijk Schotel-Goossens wordt een zoon Bram (1945) en genoemde dochter Henriëtte (1949) geboren. In 1959 “emigreren” ze naar Rio de Janeiro in Brazilië, maar komen terug naar Nederland. Na de scheiding van zijn vrouw in 1968 hertrouwt hij in november 1971 te Edam met Lies (Elisabeth) van Bronkhorst (1925-2000). Ze wonen in Dronten en in het Drentse Zuidwolde, waar beiden overlijden en begraven worden. 

Het is nog niet gelukt een van de kinderen op te sporen en een definitieve bevestiging te krijgen, dat de exlibrissen door Andreas Schotel voor hun vader, architect Jan Schotel zijn gemaakt en hoe de relatie tussen hen beiden tot stand is gekomen, want ze stammen toch uit verschillende takk

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws#sigProId139fa5c559
en van de grote Schotel-familie.

Peter Thoben, conservator

Het is al weer 12½ jaar geleden dat het Andreas Schotel Museum officieel op 17 mei 2009 geopend is in café Schuttershof. Het museum kan er geopend worden, enerzijds omdat de nalatenschap van Schotel in 2007 naar Esbeek gekomen is, anderzijds omdat de Esbekenaren een coöperatie oprichten  om het café voor het dorp te behouden zodat het museum er huisvesting kan vinden. Achteraf een gelukkige coïncidentie. 

Wat heeft het museum in die periode zoal bereikt? In het museum is inmiddels een lange reeks wisseltentoonstellingen gehouden, waarin het werk van Schotel veelal thematisch is gepresenteerd. Ook is het werk van zijn vriend Jo Proost en leerling Magdalena Rademaker geëxposeerd, evenals werk van andere grafici zoals Dirk Baksteen, Pieter Dupont, Aad de Haas, Jan Naaijkens en Jakob Smits. De museumverzameling is uitgebreid met nieuwe, zowel bekende als onbekende, werken van Schotel en van andere kunstenaars zoals bijv. Bert Otten. Enkele publicaties zijn verschenen en achtergrondinformatie is in artikelen vastgelegd die in ’t Kleppermenneke zijn verschenen en als ‘columns’ op de museumwebsite staan. Af en toe is er werk uit de museumverzameling in bruikleen gegeven aan tijdelijke exposities zoals aan het Waalres Museum, musea en Elckerlyc in Hilvarenbeek, het Heemhuis te Nuenen en ’t Kristallijn te Mol. Ook is er enkele keren een beroep gedaan om werken uit de collectie te mogen afbeelden bij een artikel of in een boek. 

Van het buitenmuseum d.w.z. de Andreas Schotel kunst- en wandelroute is ook werk gemaakt. Er is op de korte en lange wandeling een aantal op het werk van Schotel geïnspireerde beelden geplaatst, die samen met het zomerhuisje De Schuttel en de beeldentuin, waar dit jaar Tim Hoefnagels en Tijs Rooijakkers  ieder een werk tonen, de route aankleden. Uit de grote aantallen wandelaars blijkt dat de wandeling in trek is en uit de reacties blijkt dat de beelden van Hannes Verhoeven gewaardeerd worden. Van de mogelijkheid voor een bezoek met mondelinge uitleg is met regelmaat gebruik gemaakt. Op sommige momenten is het zelfs druk om alles in goede banen te leiden.

Het Park & Schotel festival, dat in 2015 in het Arnoldspark van De Utrecht en in 2017 in en rond de kerk van Esbeek heeft plaatsgevonden, heeft door de coronapandemie geen vervolg kunnen krijgen, maar wie weet kan er volgend jaar weer naar uitgezien worden. Het project ‘artist in residence’  heeft in 2019 voor de eerste keer de Columbiaanse Juliana Rios Martinez naar het dorp gebracht, waar zij de wandschildering Walking Together onder het viaduct van de N269 als blijvende herinnering achter heeft gelaten. Plannen voor nogmaals een artist in residence zijn in voorbereiding, maar nu zal de kunstenaar uit Mexico afkomstig zijn.  

Het is mooi, dat museum en kunst- en wandelroute opgemerkt zijn, want de Brabantse Stijlprijs en Jan Naaijkensring zijn beide in 2017 aan de Vrienden van Schotel toegekend en wellicht ligt een nominatie in het kader van de Europese Dorpsvernieuwingsprijs, waar museum en wandelroute aan bijdragen, ook wel in het verschiet.

Nadat Schotels artistieke nalatenschap naar Esbeek is gekomen, blijkt die in een vruchtbare voedingsbodem gevallen te zijn, waar veel museumbezoekers en wandelaars plezier aan beleven. Alle vrijwilligers bij het Andreas Schotel gebeuren doen hun best om de verhalen rondom de Rotterdamse kunstenaar in Esbeek levend te houden. Terwijl veel musea door alle coronaperikelen in de gevarenzone zijn gekomen, ziet de toekomst voor het Andreas Schotel Museum er door de groeiende publieke belangstelling rooskleurig uit. Andreas Schotel moest eens weten, wat hij in gang gezet heeft.

Peter Thoben

Graficus Andreas Schotel staat in Esbeek bekend als communist, omdat hij tijdens zijn jaarlijkse verblijf in het dorp het dagblad De Waarheid per post laat toesturen. Postkantoorhouder Jo van Rijswijk (1918-2003) bezorgt de krant bij het vakantiehuisje De Schuttel of laat het zijn zoon Ad doen. Daardoor leert deze laatste het gezin kennen en zal een van de voortrekkers worden om de relatie tussen Schotel en Esbeek te bestendigen en te koesteren.

Maar is Schotel politiek gezien wel een communist, omdat hij een communistische krant leest? We willen eens op een rijtje zetten, wat wij weten. De krant De Waarheid ontstaat in november 1940 als een illegale krant of verzetskrant die na de Tweede Wereldoorlog de spreekbuis van de Communistische Partij Nederland wordt. De Communistische Partij heeft voordien als eigen blad De Tribune, die in 1907 vooreerst verschijnt binnen de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij als weekblad van de marxistisch georiënteerde groepering. Na de Deventer-splitsing in 1909 wordt De Tribune het blad van de Sociaal Democratische Partij die vanaf 1918 Communistische Partij Holland heet. In 1937 krijgt de partijkrant een nieuwe naam Het Volksdagblad en stopt met het uitbreken van de oorlog in 1940. 

De Communistische Partij heeft ook een eigen uitgeverij met boekhandel in Amsterdam, Pegasus genaamd aan de Leidsestraat. In 1934 wordt die opgericht, wanneer drukkerij Atalanta van De Tribune failliet gaat en de krant korte tijd niet mag verschijnen. Daan Goulooze (1901-1965) is bedrijfsleider en medeoprichters zijn mr Alex de Leeuw (1899-1942) en ir Anton Struik (1897-1945). Het communistisch gedachtengoed wordt in brochures uitgelegd en uitgedragen als ook worden er Russische boeken vertaald en uitgegeven. 

Welke boeken zijn er in de nalatenschap van Schotel, die naar Esbeek is overgekomen, aangetroffen en is er literatuur bij, die communistisch georiënteerd te noemen is. Het boek Geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjeviki) der Sovjet-Unie (vertaling van “istorija fsjesojoeznoj kommoenistitsjeskoj partii (bolsjewikow) Moskau 1938) is aanwezig in een Volksuitgave te Brussel 1945 die door Pegasus wordt verkocht. Het boekje De weg naar een nieuwe wereld. Beknopt overzicht van de doelstellingen van het communisme door J. Harmsen (Uitgeverij Pegasus Amsterdam 1947) bezit de kunstenaar. Schotel heeft ook Het communistisch manifest van Karl Marx en Friedrich Engels, dat de uitgeverij als nieuwe, vijfde druk bij de herdenking van het honderdjarig bestaan van het manifest in 1948 laat verschijnen.

Verder is het Leerboek voor de arbeidersbeweging. Samengesteld door het Partijbestuur der C.P.N. (De Waarheid), verschenen in 1949 en 1951 in drie doorlopend genummerde afleveringen aanwezig en ‘kapot’ gelezen. Ook heeft Andreas Schotel het bekende, door Pegasus in 1939 uitgegeven boek Het socialisme en de natie. Van het “communistisch manifest” tot de strijd tegen het fascisme door Alex S. de Leeuw in bezit. Andere door Pegasus uitgegeven boeken zijn: D. Zaslawsky, Sovjet/Democratie: experiment of raadsel? (oorspronkelijke titel “Sovjet-Democratie”, vertaling Sonja Prins 1947), N.A. Ostrowski, In storm geboren. Roman (oorspronkelijke titel Rozjdennyje boerei, vertaling uit Russisch door Dr. F. de Graaff en nummer 3 in Pegasus Roman Reeks, 1948) en J.W. Stalin, Keuze uit zijn werken. Deel I – Over de grondslagen van het Leninisme. Voordrachten, gehouden aan de Swerdlow-Universiteit in Moskou, begin April 1924 (1951).

Een boek van M.I. Kalinin, getiteld Over communistische opvoeding (oorspronkelijke titel “Ueber kommunistische Erziehung”) is uitgegeven door de Uitgeverij voor Litteratuur in Vreemde Talen te Moskou in 1949.

Voor Russische schrijvers moet Schotel een voorkeur gehad hebben, hetgeen blijkt uit de aanwezigheid van boeken van Dostojewski, Gogol, Tolstoj, Tsjechof. Het zijn allemaal uitgaven van na de oorlog, alleen De zeven gehangenen door Leonid Andrejew is een uitgave van Em. Querido Amsterdam uit 1918, maar dat kan later tweedehands zijn aangekocht. Dat kan ook het geval zijn met het boek Das Leben Maxim Gorkis. Biographie door Ilja Grusdew (Malik-Verlag Berlin 1928, vertaling Erich Boehme) met de naam van een zekere “J. van den Berg ’41” en aantekening “von Gretchen”.

Pegasus heeft enkele jaren filialen in Den Haag aan de Jan Hendrikstraat 80 en in Rotterdam aan Jonker Fransstraat 58a.Mogelijk heeft hij met het Rotterdamse filiaal contacten gehad. In ieder geval vervaardigt hij een affiche in linosnede voor een tentoonstelling in het Zuider Volkhuis. Het affiche met de tekst “Paastentoonstelling Boeken en prenten in Zuidervolkshuis Brink 7 geopend op zaterdag 8 april 2-5 uur zondag 9 april 2-5 uur maandag 10 april 10-12 en 2-5 Toegang vrij Uitgeverij Pegasus Amsterdam” zal uit 1950 dateren, alhoewel Pasen 1939 ook op 9 april viel. Qua opvatting is het affiche vergelijkbaar met de uitnodiging die hij ontwerpt voor de lezing van zijn zwager Kees Punt op 17 maart 1950 voor de Vereniging van Vrienden van de Prentkunst ‘Willem Buytenwech’.

Het zal door toedoen van Jo Proost of Bertus Schmidt zijn, dat Schotel meer interesse in het communisme gekregen zal hebben. Die belangstelling zal na de oorlog toegenomen zijn, wanneer hij het werk van Proost schenkt aan en exposeert in Museum Boijmans. In herdenkingsartikelen o.a. door Willem van Ravesteijn en Schmidt wordt het belang van Proost breed geschetst. Het is dan niet langer ‘verdacht’ zich met het communisme te identificeren, hetgeen voor de oorlog gevoelig lag en bij het opkomend fascisme en nazisme zelfs gevaarlijk was.

Misschien heeft de jongste dochter Toop bijgedragen om haar vader op het communistisch spoor te zetten. Geboren op 23 maart 1924 te Rotterdam wordt ze opgeleid tot lerares en staat op een huishoudschool, maar is vurig lid van de communistische jeugdbond. Op een gegeven moment raakt zij overspannen en wordt opgenomen in het Krankzinnigengesticht Maasoord te Poortugaal, later omgedoopt tot Deltaziekenhuis, waar ze haar verdere leven in actieve therapie in paviljoen Buitenzorg verblijft tot haar overlijden op 19 juli 1995 te Rotterdam.

In zijn vooroorlogs werk zijn geen aanwijzingen te vinden, waaruit de politieke voorkeur van Andreas Schotel blijkt, wel zijn socialistische instelling. De aandacht voor de werkende mens heeft sinds de School van Barbizon vele kunstenaars beziggehouden en zo ook Schotel die havenarbeiders en boeren tot onderwerp nam. Of je zou de portretten van de doorgewinterde communist Jo Proost, van Heinz uit het Roergebied of de gevluchte Letlander in die context moeten zien. Na de oorlog spreekt Andreas Schotel zich politiek nadrukkelijker uit met kleine prenten: ‘Dr Göbbels: men zal dan zien hoe veel toekomstmuziek werkelijkheid geworden is’, ‘Dr Göbbels kruisridder tegen het bolsjewisme’, ‘Heldendom? Neen! Naziwaanzin Scharnhorst’, ‘Terdood!!! Die Joden en Communisten!!!’, ‘Het Symbool van Bloed en Bodem’, ‘Dat nooit meer’ of ‘Leve de 1ste mei’. Hoewel hij recensies voor de krant Het Vrije Volk heeft geschreven is hij – voor zover te achterhalen – zelf nooit direct politiek actief geweest. Hij sympathiseert zeker met het communisme en heeft toegewijde communisten zoals Bertus Schmidt, die na de oorlog wethouder van Rotterdam is, als vriend.

Peter Thoben, conservator

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws#sigProId556260c797

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design