Van 12 september tot en met 6 december 2020 loopt in het Andreas Schotel Museum te Esbeek de tentoonstelling Een keur aan koppen, waarvoor uit de museumcollectie een reeks portretkoppen van Andreas Schotel zijn geselecteerd. 

Andreas Schotel staat niet bekend als portretkunstenaar of portrettist. Hij heeft geen portretten in opdracht vervaardigd, misschien op een enkele uitzondering na. Toch heeft hij vele portretten op eigen initiatief getekend om zijn vaardigheid als tekenaar te oefenen. Vooral door aansprekende of karakteristieke koppen moet hij tot het tekenen van portretten aangezet zijn. Ook uit vriendschap of als tegenprestatie zal hij van deze en gene wel eens een portrettekening gemaakt hebben, die hij soms tot een ets heeft uitgewerkt.

Tekenen is – zeker vroeger – voor iedere kunstenaar de basis van zijn kunstenaarschap. Als beginnend kunstenaar heeft Andreas Schotel zijn tekenvaardigheid geoefend door portretten te tekenen, want de vroegste portretjes zijn in familiekring tot stand gekomen. Vader, moeder, maar ook zijn oudere zus Bep en broer Wes heeft hij tot model genomen. Op de academie behoort het tekenen naar levend model (gekleed en naakt) tot het vaste curriculum. 

Tekeningen van bootwerkers en arbeiders uit de gasfabriek met indrukwekkende koppen heeft Schotel succesvol weergegeven in tekeningen maar ook als ets uitgevoerd. Mogelijk in opdracht heeft hij karakteristieke koppen getekend van de grondlegger van ‘De Utrecht’ Willem Pieter Ingenegeren en van de componist Henri Zagwijn. In de beslotenheid van zijn atelier heeft hij veel figuurstudies en portretten vervaardigd, veelal kennen wij de namen van de geportretteerden niet. Bertus Schmidt en Corrie Pomes zijn uitzonderingen. Een zekere Heinz uit het Roergebied heeft hij voor zijn vertrek naar Spanje om aan de burgeroorlog deel te nemen getekend en wederom tijdens de oorlog omdat hij dan vermoedelijk op Schotels atelier ondergedoken zit. Tijdens de verblijven in de zomermaanden in Esbeek heeft hij door de jaren heen heel wat mensen geportretteerd, zoals Jan van der Heijden, Vera Reuser, oude en jonge Frans Souwen en dokter Harry Ruhe, de laatste weliswaar naar een portretfoto van Lenie Heeffer-van Rijn.

In de loop van de tijd heeft hij zijn eigen portret ook periodiek met hulp van een spiegel geobserveerd en getekend: schetsmatig, gedetailleerd of ietwat karikaturaal, soms als vertrekpunt voor een ets. 

In de geëxposeerde koppen probeert Schotel in de fysiognomie van de kop iets van het karakter van de persoon te laten doorklinken. Wanneer de portretten of koppen nauwkeurig en intensief worden bekeken, blijken ze zeer de moeite waard. Een expositie waar met een speciale ‘blik’ naar gekeken moet worden.

In de gang hangen etsen met de natuur als onderwerp, in wezen een kleine reprise van de eerdere expositie Natuur bij Schotel.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?start=9#sigProIde4669634b0

Voor de nieuwe tentoonstelling ‘Een keur aan koppen’ hebben wij de collectie doorgelopen op zoek naar ‘portretten’ of te wel ‘koppen’. Andreas Schotel heeft veel mensen geportretteerd, maar dat is zelden op bestelling gebeurt. Meestal heeft hij iemand op eigen initiatief geportretteerd om zijn vaardigheid te behouden, want er zijn talloze rake portretten in de museumcollectie aanwezig.

In deze bijdrage wil ik graag de aandacht vestigen op twee vroege portretten in de museumcollectie, die mogelijk wel in de opdrachtsfeer zijn ontstaan. Zo heeft Schotel een lithografisch portret van Willem Pieter Ingenegeren (1853-1930), gedateerd 21 september 1919, vervaardigd en in 1924 – wellicht als voorstudie – een portrettekening van componist Henri Zagwijn (1878-1954). Het zijn twee portretten, waarin de karaktertrekken van beide individuen sterk naar voren komen, zodat het krachtige, sprekende koppen zijn. Maar wie zijn beide geportretteerden?

Willem Pieter van Ingenegeren is in Utrecht geboren. Na zijn opleiding aan de handelsschool te Antwerpen is hij vanaf 1871, als opvolger van zijn vader Anthonie, directeur van het Utrechtse Begrafenisfonds ‘Let op Uw Einde’, dat door zijn grootvader Willem Pieter is gesticht. In 1883 is hij een van de stichters van de NV Levensverzekeringsmaatschappij 'Utrecht', waarvan hij tot 1920 directeur blijft. In dat jaar wordt de Algemeene Maatschappij tot Exploitatie van Verzekeringsmaatschappijen opgericht (A.M.E.V.) om de familiebelangen veilig te stellen en overnames te vergemakkelijken. De aandelen zullen tot in de jaren 1960 in familiebezit blijven. Als geldbelegging koopt Ingenegeren vele hectaren woeste gronden ten zuiden van Hilvarenbeek. In 1899 wordt met de ontginning ervan door de Nederlandsche Heidemaatschappij begonnen, wat zal uitgroeien tot landgoed De Utrecht, zoals wij dat nu kennen. In 1919 verblijft Andreas Schotel lange tijd op De Utrecht bij houtvester Kees Sissingh, bij wie hij door diens oudere broer Melchior Sissingh uit Rotterdam – directeur van de gasfabriek – is geïntroduceerd.

Mogelijk heeft Schotel het portret gemaakt als dank-je-wel voor zijn verblijf op De Utrecht, want ook van Kees Sissingh vervaardigt hij een getekend portret in oktober 1919, dat slechts uit een beschadigde foto bekend is.

Een andere optie zou zijn, dat hij de portretopdracht heeft gekregen met het oog op het terugtreden van Ingenegeren als directeur van de levensverzekeringsmaatschappij, omdat het een litho betreft waarvan meer afdrukken gemaakt kunnen worden. De contacten met Ingenegeren blijven, want in de collectie Esbeek is een exemplaar van de grootformaat map ‘Etsen door Andreas Schotel’ met 28 etsen op 24 bladen aanwezig: nummer 4 door boekbinder Frans van Harskamp (1876-1942) in december 1928 gebonden met het exlibris van W.P. Ingenegeren. Mogelijk heeft Ingenegeren een exemplaar gekocht of gekregen en er een exlibris ingeplakt. Overigens zouden deze exlibrissen voor diens zoon, eveneeens W.P. Ingenegeren (1879-1941) geheten, vervaardigd zijn.

Ook kan het wensdenken van Schotel geweest zijn, dat Ingenegeren wel een exemplaar zou aanschaffen of diens genummerde map is later weer bij de Schotel-nalatenschap gekomen en via Leen Rademaker in Esbeek. Verder is in de museumcollectie nog een ets aanwezig van de zittende Ingenegeren en profiel. Nadat (een deel van) zijn collectie bij Frederik Muller & Co te Amsterdam in april en mei 1920 is geveild, verblijft de gepassioneerde boekenverzamelaar en natuurliefhebber veelal op huize Rustoord te Esbeek, waar hij op 25 april 1930 overlijdt. Per trein wordt het stoffelijk overschot naar Driehuis gebracht om op Westerveld gecremeerd te worden.

Het portret van componist Henri Zagwijn laat een sterke persoonlijkheid met een opvallende en karakteristieke fysiognomie zien. Als zoon van een toneelspeler wordt Henri geboren in Nieuwer-Amstel, maar groeit in het Rotterdam van zijn ouders op.

Opgeleid is hij tot onderwijzer, maar ontwikkelt zich onder invloed van zijn oudere broer violist Jules Zagwijn als autodidact tot musicus. Om zijn composities uit te geven richt hij een eigen muziekuitgeverij als coöperatieve vereniging op: ‘De nieuwe muziekhandel’. Vanaf 1915 raakt hij geïnteresseerd in de antroposofie van Rudolf Steiner. Vanaf 1916 tot 1931 is hij hoofdleraar aan de Muziekschool der Maatschappij tot Bevordering van Toonkunst te Rotterdam en van 1924 tot 1941 is leraar aan de antroposofische Vrije School in Den Haag. Hij staat met gelijkgestemde componisten zoals Sem Dresden, Willem Pijper, Daniël Ruyneman en Alexander Voormolen in 1918 aan de basis van de Vereniging voor Moderne Muziek.

Grote bekendheid verwerft hij in de jaren 1920 met zijn talloze lezingen voor antroposofische verenigingen in den lande over hedendaagse stromingen in de moderne muziek, hetgeen tot het boek Muziek in het licht der antroposofie (1925) leidt. Daarnaast worden zijn composities – sterk beïnvloed door het Franse impressionisme van Claude Debussy – veelvuldig uitgevoerd, vooral zijn liederen op teksten van Boutens, De Clercq, Gezelle, Goethe, Leopold, Perk e.a. en zijn kamermuziek.

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?start=9#sigProId5259ea0933

In 1927 trouwt de toondichter in Den Haag met de veel jongere rijkstelefoniste Auguste Nelia Kämper (1902-1983). Na de Tweede Wereldoorlog is hij voorzitter van het Genootschap van Nederlandse Componisten en bestuurslid van de Stichting Donemus. Hij overlijdt op 23 oktober 1954 te ’s-Gravenhage als gerespecteerd musicus, maar is nu vrijwel vergeten. In oktober 1924 is de ‘reactionnairen’ componist gehuldigd door de Rotterdamsche Kunstkring tijdens een Zagwijn-avond met zijn composities. Misschien heeft Schotel in dit kader zijn tekening, al dan niet in opdracht, vervaardigd.

Peter Thoben, conservator

Omroep Brabant filmde voor het programma "Samen de zomer door" enkele fragmenten van de Andreas Schotel Wandelroute in Esbeek.

Het filmpje kun je via de volgende link kijken:

https://klaarwakker.wistia.com/medias/nnte2fx5q0

 

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design