View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?limit=3&start=3#sigProId8462caa176

Al eerder hebben wij voor een tentoonstelling tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel uit zijn omvangrijk oeuvre uitgezocht, die door hem als uitgangspunt voor etsen zijn gebruikt. Soms heeft hij zijn tekening of aquarel nauwkeurig nagevolgd, soms als vertrekpunt genomen met een zekere artistieke vrijheid. Door deze werken naast elkaar te plaatsen krijgen wij inzicht, hoe Andreas Schotel als kunstenaar min of meer te werk ging. Pas op het eind van zijn leven gaat hij direct op de zinken etsplaat tekenen en ontstaan er vrijere, meer schetsmatige voorstellingen.

Andreas Schotel behoort tot de generatie kunstenaars voor wie de waarneembare werkelijkheid altijd doel voor zijn artistieke werkzaamheid is. Aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen is hij in die traditie opgeleid. Door aandachtig te observeren weet hij het geziene beeld met de nodige aandacht voor details weer te geven. Dit betekent niet, dat hij de realiteit soms niet vereenvoudigd of ietwat naar zijn hand zet om een heldere, maar ook aantrekkelijke voorstelling te creëren. Door in directe observatie te tekenen met potlood, houtskool, krijt of door te aquarelleren weet hij het geziene beeld vast te houden. Hij kan dat al dan niet tot een zwart-wit ets uitwerken, waarbij het eindresultaat versterkt wordt door de schone druktechniek, die hij samen met Johannes Proost heeft ontwikkeld en vanaf 1932 altijd heeft gepraktiseerd. Door kleur en ondergeschikte details weg te laten roept hij eigenlijk de essentie van de geziene realiteit op. In zijn uitgebreid oeuvre treft men niet voor niets vele tekeningen en aquarellen aan, die hij derhalve als uitgangspunt – soms in spiegelbeeld – voor zijn etsen heeft genomen. 

Jaarlijks verbleef Andreas Schotel in de zomermaanden te Esbeek in een klein huisje, dat hij de naam ‘de Schuttel’ gaf. Hij liet zich in die periode door de werkzaamheden van de boeren inspireren. In de jaren 1920 was het boerenbedrijf vooral handwerk, naderhand zien wij het gebruik van machines opkomen, getrokken door paarden en later door tractoren. In de selectie voor deze expositie maken wij deze veranderingen in de landbouw min of meer zichtbaar.

De expositie loopt van 30 juni t/m 7 oktober 2018.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Bekijk afbeeldingen

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?limit=3&start=3#sigProId15fa8276dd

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?limit=3&start=3#sigProId06ecc286a9

Op zaterdag 9 december 2017 heeft Exlibriswereld, de Nederlandse Vereniging voor exlibris en kleingrafiek, in het Andreas Schotel Museum een winterruildag georganiseerd. Om de aanwezige verzamelaars te verrassen hebben wij de exlibris van Andreas Schotel in wissellijsten gezet en geprobeerd achtergrondinformatie bij iedere exlibris te verzamelen. Het exlibris (wat letterlijk betekent ‘uit de boeken’) is een soort etiket dat als eigendomsmerk in boeken wordt geplakt. Het is gebruik om aan kunstenaars speciaal daarvoor opdrachten te geven. 

Zo zijn er in de museumcollectie twee exlibris op naam van G. Beekmeijer, maar voor wie heeft Andreas Schotel deze prentjes op naam gemaakt? Al vele malen ben ik op zoek gegaan naar een zekere Beekmeijer en heb daartoe allerlei genealogische informatie op internet doorgespit, maar zonder resultaat. Bij een hernieuwde poging vind ik bij toeval het volgende berichtje onder de kop ‘Nieuws uit Esbeek’ in de Nieuwe Tilburgsche Courantvan 16 augustus 1935: “Aan de R. K. school is benoemd als onderwijzeres mej. G. Beekmeijeruit Nijmegen.” Daarmee wordt het wel zeer aannemelijk, dat Schotel voor deze onderwijzeres het bewuste exlibris heeft gemaakt. Belangrijk is te weten, dat haar voorletters M.H.M. zijn, zoals in het boekje Basisschool De Wingerd. 140 jaar onderwijs in Esbeek(1983) door A.C. Soetens staat. Ook vermeldt het dat zij Joanna Catharina Maria Lauwers (1910-2006), de oudste dochter van schoolhoofd meester Jan Lauwers, is opgevolgd. Nadat mej. Lauwers op 28 december 1938 te Hilvarenbeek met de uit Best geboortige onderwijzer Joannes Maria Petrus Eijsbouts (1909-1992) is getrouwd, schijnt die in de plaats van mej. Beekmeijer aangesteld te zijn. In het adresboek van Nijmegen uit 1934 blijkt onderwijzeres M.H.M. Beekmeijer op het adres Van Spaenstraat 17 te wonen en als ze in september 1935 verhuist, woont ze te Esbeek D 38a.Ze keert in de tweede helft van februari 1939 uit Hilvarenbeek naar Nijmegen terug op het adres Van Slichtenhorststraat 24 volgens de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courantvan 24 februari 1939. 

In Nijmegen treffen wij als enig gezin Beekmeijer reiziger Wilhelmus Franciscus Beekmeijer (1862-1932) en zijn vrouw Helena Maria Zuidberg (1876-1928) aan. Ze zijn op 1 mei 1902 te Groningen getrouwd. Ze wonen in Amsterdam en Arnhem. In maart 1924 ruilen ze Amsterdam voor Tilburg (Gasstraat 13 en later Nijverstraat 108) om in juni 1925 naar de Keizer Karelstad (Oude Haven 86, Lange Hezelstraat 74 en Stieltjesstraat 18a) te komen, maar er worden geen kinderen op hun gezinskaart vermeld noch in Tilburg, noch in Nijmegen. Ze overlijden na elkaar te Nijmegen. Toch krijg ik het vermoeden dat deze Beekmeijers wel eens de ouders van onderwijzeres Beekmeijer kunnen zijn, wat blijkt te kloppen. Wanneer de familie naar Nijmegen komt, zijn de twee kinderen op kostschool. Als ze naar thuis terugkeren, komen ze dan ook niet zelfstandig in het adresboek voor. In 1934 staat M.H.M. Beekmeijer, dus na de dood van haar vader, wel in het adresboek vermeld, maar niet meer in dat van 1940. Ze moet dan Nijmegen verlaten hebben. Op 25 augustus 1939 wordt te Schiedam Liselotte Josefa Margaretha Beekmeijergeboren, die als actrice bekendheid geniet en op 31 maart 1971 in het gemeenteziekenhuis te Arnhem jong overlijdt. Onder de overlijdensadvertentie staat Mevr. M.H.M. Beekmeijer te Oosterbeek genoemd naast Robert Roozemond (1933-2009), met wie Liselotte getrouwd is en 2 kinderen heeft, Wouter Pepijn en Jochem Feste. Roozemond begint in Oosterbeek Buro POK, een Instituut voor Kultuurpropaganda, dat vele iconententoonstellingen organiseert. Op Kasteel De Wijenburgh te Echteld maakt hij met zijn Iconencentrum en -kunsthandel naam tot het failliet gaat.

Deze Greet, Greta, Gré of Grietje (Margaretha Helena Maria) Beekmeijer is op 13 januari 1909 te Amsterdam geboren en heeft haar opleiding tot onderwijzeres genoten aan de Kweekschool St. Ursula te Boxtel. Ze wordt op 4 mei 1921 in het bevolkingsregister van Boxtel ingeschreven en zal op 18 juli 1927 weer worden uitgeschreven naar Nijmegen. Zowel De Maasbodevan 13 juni 1927 als Tilburgsche Courantvan 14 juni 1927 melden “dat voor akte L.O. is geslaagd M.H.M. Beekmeijer, Nijmegen”. Begin augustus 1932 slaagt ze ook te Utrecht voor de akte L.O. Engels zoals de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Couranten De Gelderlandervan 4 augustus 1932 melden. Ze blijkt daarvoor opgeleid bij Fry’s Taalinstituut en wel bij directeur M.L. Roos, leraar M.O. in Nijmegen. Deze joodse, in Nijmegen geboren, ongehuwde Machiel Levi Roos (1887-1942) is vanaf september 1924 als leraar M.O. Engels actief en blijkbaar met de methode van Fred Fry’s Taalinstituut van Frederick Carl Meijerte Amsterdam. Als een van de eerste biedt het instituut taalcursussen op grammofoonplaat aan onder de naam Fry’s Phono Method. Roos woont met zijn moeder in de Van Dulckenstraat 18 en ze zullen in de oorlog op transport gesteld worden naar Auschwitz en er in de gaskamer omkomen.

Een jongere broer is Jan (Johannes Wilhelmus Franciscus) Beekmeijer, geboren op 25 mei 1914 te Amsterdam, die op het internaat van Instituut St. Jozef van de Barmhartige Zusters van de derde Orde van de H. Franciscus van Assisië, ook wel Franciscanessen, te Schin op Geul heeft gezeten van september 1923 tot juli 1925 (zie Harold en René Collaris, Instituut St. Jozef in Schin op Geul/Valkenburg. De jongens, de zusters en het personeel, Neerbeek/Landgraaf 2014, 34). In 1930 slaagt hij voor de mulo en legt in 1934 examens af voor Duitse, in 1935 voor Nederlandse en in 1937 voor Franse handelscorrespondentie. Als kantoorbediende wordt hij in het Nijmeegse adresboek van 1940 vermeld aan de Akkerlaan. In 1942 vertrekt hij naar Maastricht, waar hij in december 1942 trouwt met de in Maastricht geboren winkeljuffrouw Lieke Klinkhamers. Hij zal in mei 1979 te Rotterdam overlijden.

Wat uit het spoorzoeken naar voren komt, dat mej. Beekmeijer als ongehuwde moeder een kind krijgt in Schiedam, in ieder geval ver weg van Nijmegen. Daarna gaat ze het onderwijs te Amsterdam in, want in 1946 komt haar naam aldaar voor bij de commissie van beroep- en bezwaarschriften. Contacten met kunstenaar Andreas Schotel zullen in Esbeek ontstaan zijn, maar blijken er later ook nog te zijn, als Schotel twee versies van een exlibris voor een zekere Liselotte in de jaren 1950 maakt, welke misschien bedoeld is voor dochter Liselotte Beekmeijer. De puzzel past zo mooi in elkaar, maar je vraagt je wel af, hoe en waarom er contacten met haar zijn geweest en gebleven. Omdat het allemaal lang geleden is en M.H.M. Beekmeijer op 13 januari 1996 te Amsterdam overleden is, zal die vraag vooralsnog onbeantwoord blijven. Maar wellicht zijn er nog mensen, die toch meer weten, of zijn er nog schoolfoto’s waarop onderwijzeres Beekmeijer staat.

Peter Thoben,

Conservator

Etsen van Andreas Schotel (1896-1984). Vrouw, moeder en kind

Op de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen leert Andreas Schotel Mies (Anna Maria Angenita) Gips (1899-1991) kennen. Evenals hij volgt zij de grafieklas bij Antoon Derkzen van Angeren (1878-1961). Zij komt uit een artistiek milieu. Haar vader Johannes Willem Gips (1869-1924) richt in 1903 een glas-in-loodfabriek op in Den Haag, dat na zijn vroege dood door een fusie met glasatelier E.W.J. Kerling verder gaat als ‘NV Gips-Kerling. Atelier voor gebrand Glas in Lood’ tot in de Tweede Wereldoorlog. Een oom is Abraham Frans Gips (1861-1943), hoogleraar aan de Polytechnische School c.q. Technische Hoogeschool te Delft, maar vooral bekend als kunstschilder, tekenaar, wandschilder, interieurarchitect, graficus en boekbandontwerper. Uit de twee bewaard gebleven bladen in de museumcollectie blijkt Mies over capaciteiten en talent te beschikken. Op 16 april 1920 treedt Schotel met haar te ’s-Gravenhage in het huwelijk en ze brengen hun eerste periode door op houtvesterij De Utrecht te Esbeek. Uit het huwelijk wordt op 18 september 1921 te Hillegersberg dochter Anne Maria geboren en na haar volgen nog twee dochters Tjakeline Andrea en Johanna respectievelijk op 16 augustus 1923 en op 23 maart 1924. De middelste dochter komt in mei 1929 door verdrinking om het leven.

Na zijn huwelijk is Andreas in de ban van zijn vrouw, de zwangerschap en eerste maanden van hun eerste dochter. De onderwerpen van gasfabriek en havenarbeiders raken op de achtergrond, het gezinsleven komt centraal te staan.

De tentoonstelling laat met name etsen uit deze periode zien, waarvan hij er een zestal in de map ‘6 Ets studies van Ands Schotel’ in1921 heeft gebundeld. Het zijn deels gevoelige, intieme etsen, maar soms ook stevige bladen met krachtige lijnen én toon. De etsplaten heeft hij later in de door hem met Johannes Proost ontwikkelde schone druktechniek hernomen, wat een nogal gewijzigd beeld oplevert. Het thema keert ook in zijn oeuvre nog een enkele malen terug. Na het huwelijk is Mies niet meer artistiek actief geweest, waarover Andreas later de opmerking heeft gemaakt: “Ik dacht met een kunstenares getrouwd te zijn, maar het bleek een moeder”. Schuilt in deze uitspraak geen tragische ondertoon?

De expositie loopt van 21 april t/m 24 juni 2018.

Bekijk afbeeldingen

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/nieuws?limit=3&start=3#sigProIdc1d7ea780e