´De ontmoeting met de meester´ 

Geen verheerlijking in de vorm van een bronzen standbeeld maar een beeld dat interesse wekt voor de persoon Andreas Schotel en zijn werk.

Op 25 mei 2015 vond het eerste festival van Park&Schotel plaats en tevens ook de onthulling van het beeld ''De ontmoeting met de meester''. Ruim een jaar daarvoor ontstond bij mij het idee om een enorme vergroting van de persoon Andreas Schotel te maken, volledig waarheidsgetrouw nagebootst, en hem daar te plaatsen waar hij terug in de natuur aan het werk is. Mijn gedachten gingen naar de plaats waar ooit Het Land van Ooit was. Misschien kent u wel de beelden van het inmiddels verlaten en vervallen terrein , met hier en daar de achtergebleven beelden en poppen , één geworden met de natuur. Ook de gigantische realistische beelden van de Amerikaanse kunstenaar Seward Johnson zoals '' God bless America en ''Forever Marilyn'' in de openbare ruimte zijn een grote inspiratiebron. De figuur van Andreas Schotel op deze manier in het Arnoldspark, dat leek me fantastisch. 

In overleg met opdrachtgever Stichting Vrienden van Andreas Schotel werd het traject van ontwerp en plaatsing in gang gezet. Het oude beeldmateriaal bestaande uit enkele bewegende beelden, zelfportretten en foto's werd verzameld uit het archief. Ik begon met het maken van een maquette uit klei en met de computer werd de maquette in de uiteindelijke ruimte geplaatst. Daarna kon er gestart worden met het stalen frame en het geraamte van betonijzer. Het beeld werd opgebouwd uit 2 delen om praktische redenen. Regelmatig kwamen de 2 delen buiten het atelier samen om een goede verhouding en anatomie van het lichaam te verkrijgen. De kleding werd voor een groot deel gemaakt uit schuimrubber en de zichtbare lichaamsdelen delen maakte ik uit blokken PU schuim. De uiteindelijke buitenlaag van het volledige beeld bestaat uit een harde kunststof, Acrylic one genaamd, een soort polyester vervanger op waterbasis. 

De uiteindelijke plaats van het beeld op de wandelroute is een plaats waar de cultuurhistorie van het landgoed De Utrecht, de natuur die Schotel inspireerde en de publieke ruimte bij elkaar komen. Je kunt het beeld van 2 kanten benaderen, één zijde vanaf de weg ter hoogte van Rustoord, waar je met de meester meekijkt in zijn directe werkomgeving, en vanuit het park, vanaf de wandelroute, waar je de kunstenaar ineens zelf op een grote afstand aan het werk ziet zoals 50 jaar terug in de tijd. Na een ommetje in het park sta je dan ineens daadwerkelijk aan de voeten van het 5,5 meter hoge beeld van Andreas Schotel. Dit is ook de plaats waar Schotel zijn eerste tekeningen maakte in Esbeek. 

Zoals eerder gezegd is het geen poging om een verheerlijkend standbeeld neer te zetten, maar is het aangepast aan de ruimtelijke verhoudingen van deze plaats. De beleving vanaf de weg en vanaf de zichtlijnen in het park vraagt niet om iets intiems maar om een sculptuur dat door de afstand waarop het wordt ervaren wordt teruggebracht naar een realistisch beeld. Om het karakter en de gelaatsuitdrukking zo goed mogelijk te laten herleven, het gaat immers om een ontmoeting met de meester, is gekozen voor een nogal revolutionair idee om het beeld geheel polychroom uit te voeren. Bronzen beelden missen toch vaak de mogelijkheid om net dat stukje extra realisme mee te geven.Laag op laag met de kwast werd het beeld beschilderd met acryl verf met daarover een weerbestendige sealer. Ook is de kleding van Schotel herleid van het oude beeldmateriaal om de persoon zo herkenbaar mogelijk neer te zetten. Of hij met zijn typisch gekleurde trui iets uit wilde dragen is niet bekend, maar hij heeft deze in elk geval vele jaren gedragen tot zijn dood in 1984, het jaar dat ik geboren werd.

Hannes Verhoeven

Het is een grote verrassing, wanneer er nieuw onbekend werk van of materiaal over Andreas Schotel te voorschijn komt. Immers er is heel veel uit zijn nalatenschap in de museumcollectie van Esbeek aanwezig, maar – zoals blijkt – zeker niet alles.

Op een veiling in Utrecht heeft het museum in februari een ‘onbekende’ etsmap met zes etsen kunnen verwerven door aankoop. De map ‘6 Ets studies van Ands Schotel’ dateert uit 1921 en bevat, zoals de titel aangeeft, zes etsstudies van zwangere vrouwen. De etsen in de map zijn allemaal in 1921 ontstaan en nog gedrukt met ‘toon’. Van deze etsen zijn er vijf bekend, maar het zijn – op één uitzondering na – wel latere ‘schone’ drukken. Het afdrukprocedé dat Schotel in samenwerking met Johannes Proost heeft ontwikkeld, zal vanaf begin jaren dertig hun favoriete en enige manier van het afdrukken van etsen blijven. De kaft van de map laat een ‘onbekende’ linosnede zien met een – ietwat treurige – zittende zwangere vrouw en suggestieve draaiende cirkelvormen, die geabstraheerd naar borsten en bolle buik kunnen verwijzen. Door de grovere techniek van de linosnede staat de kaft in groot contrast met de merendeels gedetailleerde etsen in de map. In welke oplage de map is verschenen, wordt nergens vermeld. Dit in tegenstelling tot de latere map ‘Etsen door Schotel’ uit 1928, bestaande uit 24 bladen met een of meerdere etsen per blad en waarvan minimaal vier mappen zijn samengesteld. Op de binnenzijde van de nieuw verworven map staat geschreven “Aan Leen Verhoeven 18 september 1921 Andreas Schotel” en “Aan het Teekengenootchap ‘Pictura’, Dordrecht Marie Verhoeven-Schmitz januari 1935”. Van het Teekengenootchap Pictura in Dordrecht, al in 1774 opgericht, is Andreas Schotel in 1920 lid geworden en Leen (Leendert Adrianus) Verhoeven (1883-1932) – bekend als kunstschilder van bloemen – is hiervan secretaris. Op de tentoonstelling Werken door leden van Teekengenootschap “Pictura” met werk van erelid Jan Toorop, die in het Picturagebouw aan de Voorstraat 152 te Dordrecht van 19 december 1920 t/m 16 januari 1921 is gehouden, heeft Schotel blijkens de catalogus onder cat.nrs 52, 53 en 54 steeds een ets van een ‘Naakt’ geëxposeerd en iedere ets kostte toen f 40,-. Op de Tentoonstelling van werken door leden van 2 december 1923 t/m 6 januari 1924 zend Schotel onder cat.nr 83, 84 en 85 etsen in van een ‘Naakt’, een ‘Jongenskop’ en een ‘Kop’.

Kunstenaar Leen Verhoeven is op 30 juli 1919 met dichteres en schrijfster Marie (Maria Helena) Schmitz (1883-1972) getrouwd, die na zijn dood de map bij haar verhuizing in 1935 aan Pictura heeft geschonken, waar die later opgeruimd moet zijn en uiteindelijk bij het Utrechtse veilinghuis is terechtgekomen. Marie Schmitz is zeer productief geweest en heeft bekendheid genoten met boeken zoals Het groote heimwee (1929), Land van illusie (1931), Aan het overzetveer (1932) of Als een bloem in de wind (1934) naast vele kinder- en meisjesboeken. Daarnaast heeft ze later indruk gemaakt, doordat ze voortvluchtige Joden, vader en zoon Van Gelder of Van Gelderen, in de Tweede Wereldoorlog thuis aan de Reeweg-Oost onderdak heeft geboden. 

De inspiratie voor deze studies van zwangere vrouwen heeft Schotel opgedaan bij de eerste zwangerschap van zijn vrouw Mies Gips, met wie hij op 16 april 1920 in de woonplaats van zijn vrouw ’s-Gravenhage is getrouwd. Hun oudste dochter Anna Maria, Miet genoemd, wordt op 18 september 1921 te Hillegersberg geboren. Wat opvalt, is dat de opdracht in de map overeenkomt met haar geboortedatum. Mogelijk heeft Leen Verhoeven de familie een bijzondere dienst verleend, waaroor de etsmap aan hem is geschonken. Of heeft hij soms door de aankoop van de map de familie Schotel misschien financieel willen helpen. Hun twee andere dochters Tjakeline Andrea en Johanna zullen resp. in augustus 1923 en maart 1924 geboren worden. Na de reeks etsen die op de Rotterdamse gasfabriek zijn ontstaan, zou je dit het tweede grote thema in het oeuvre van Schotel kunnen noemen.

Deze ‘onbekende’ etsmap komt eigenlijk precies op het goede moment, want in het kader van de Open Monumentenweek 2017 gaat het Andreas Schotel Museum in de andere, bij museumdorp Hilvarenbeek aangesloten musea kleine presentaties met werk van Schotel inrichten. Voor de kleine expositie in Museum De Dorpsdokter is voor het passende thema ‘Zwangere vrouw’ en ‘Moeder met kind’ gekozen. Bij deze gelegenheid zullen de etsen uit de map voor de eerste keer getoond worden tezamen met ander werk uit de museumcollectie. Vanaf zondag 9 april bent u er welkom en ook nadien zullen de twintig etsen er nog blijven hangen tot na de zomer.

Peter Thoben, conservator

 

 

De broers Sissingh en Andreas Schotel

Het kan wel toeval genoemd worden, waarom Andreas Schotel in Esbeek terecht is gekomen en er zijn hele leven graag jaarlijks is teruggekeerd. Hoewel er geen schriftelijke bronnen overgeleverd zijn en de mondelinge overlevering misschien ook niet voor honderd procent zal kloppen, is het verhaal toch wel enigszins te reconstrueren.

Een essentiële rol in de komst naar Esbeek hebben sowieso de beide broers Sissingh gespeeld: de oudste Melchior Corstius Sissingh (1866-1952) en zijn jongere broer Kees (Cornelis Jacobus Gerhardus) Sissingh (1876-1932). Ze stammen uit een Friese domineesfamilie. Vader Geert Bussingh Sissingh (1833-1893) is predikant, evenals zijn vader Aaldrik Ebbens Sissingh, en trouwt in 1863 met domineesdochter Dieuwertje Frederika Corstius (1839-1926).

Melchior wordt op 17 maart 1866 in het dorp Hiaure in de gemeente Westdongeradeel geboren. Na de HBS in Groningen studeert hij voor ingenieur aan de Polytechnische School, de latere Technische Hogeschool, te Delft. Hij werkt bij Rijkswaterstaat en trekt twee jaar naar Zuid-Afrika om er een spoorweg aan te leggen. Terug in Nederland werkt hij bij de Amsterdamsche Duinwater Maatschappij om op 1 december 1894 in dienst van de gemeente Rotterdam te treden als onderdirecteur bij de gemeentelijke bedrijven van gas en elektriciteit. Hij trouwt op 23 april 1903 te Arnhem met Anna Havelaar (1877-1918) en er worden vier dochters geboren, die nog jong zijn als hun moeder overlijdt. In februari 1907 wordt hij directeur van het gasbedrijf tot zijn pensioen op 1 april 1931. Hij gaat met twee dochters in Den Haag wonen, waar hij op 5 april 1952 overlijdt. Volgens de kranten is hij een man van statuur, die op deskundige wijze het productieapparaat heeft opgevoerd en de bedrijfsvoering heeft verbeterd in overeenstemming met de eisen van de tijd, zodat hij tot in het buitenland de aandacht trok en als adviseur veelvuldig werd geconsulteerd.

Zijn tien jaar jongere broer Kees wordt in Bedum/Noordwolde geboren en bezoekt ook de HBS in Groningen. Hij doet in september 1896 toelatingsexamen voor de Rijkslandbouwhogeschool in Wageningen en studeert er landbouw- en bosbouwkunde, waarvoor hij in juli 1899 slaagt. Hij treedt in 1901 in dienst van de Nederlandsche Heidemaatschappij en wordt eerst als assistent op het bezit Berkenheuvel van mr. A.C. van Daalen te Diever gestationeerd en het jaar daarop ambtenaar bij de afdeling ‘boschwezen’. In 1902 raakt hij bij de ontginningswerkzaamheden op het landgoed De Utrecht betrokken. Levensverzekeringsmaatschappij ‘Utrecht’ heeft het in 1899 als duurzame belegging aangekocht en de exploitatie in handen van de Heidemaatschappij gelegd. Het zal tenslotte zo’n 2500 hectare omvatten. Met ingang van 1907 wordt hij tot adjunct-houtvester aangesteld en later krijgt hij de algehele leiding. Op 13 juni 1906 is Kees Sissingh te Groningen in het huwelijk getreden met Willemina Alide Bennema (1878-1953), een schoonzus van zijn broer. Na de dood door verdrinking van hun eerste dochtertje Hanna Theresia (1907-1910) verhuizen ze in 1911 naar Utrecht en vervolgens naar Arnhem, waar respectievelijk zoon Gerard (1912-1979) en dochter Roos/Romunda (1914) geboren worden. In die jaren neemt Albert Pieter van den Briel (1881-1971) zijn plaats als houtvester in. Deze is goed bevriend met kunstschilder Piet Mondriaan (1872-1944) die er geregeld op bezoek moet zijn geweest. In 1915 komt het gezin Sissingh weer naar Esbeek. In september 1917 verschijnt in de serie Neerlands Welvaart (Uitgeverij Industria te Amsterdam) een nummer over ontginningen met een door Sissingh geschreven artikel met uitstekende afbeeldingen over de aanpak van landgoed De Utrecht. Bij zijn 25-jarig dienstjubileum in 1926 krijgt hij een album aangeboden met foto’s van alle bewoners en arbeiders. In 1931 wordt hij om gezondheidsredenen op non-actief gesteld. Een half jaar later overlijdt hij op 26 februari 1932 te Esbeek en wordt in Groningen begraven. In een ‘in memoriam’-artikel wordt hij geroemd als ‘een landschap-architect op ontginningsgebied’, want hij heeft met grote vakkennis en liefde voor de natuur het landgoed De Utrecht tot meer dan zo maar een ontginning gemaakt: “Sissingh had oog voor landschapsschoon en daardoor heeft hij een weergaloos mooi geheel weten te scheppen, een ideale combinatie van cultuur en natuur!” Na zijn dood verhuist de familie naar Wageningen, waar zoon Gerard in de voetstappen van zijn vader treedt. Hij wordt een bekend botanicus uit de school van Josias Braun-Blanquet (1884-1980) en Reinhold Tüxen (1899-1980), die op 20 december 1950 bij professor H.J. Venema promoveert op een dissertatie Onkruid-associaties in Nederland. Een sociologisch-systematische beschrijving van de klasse Rudereto-Secalinetea Br.-Bl. (’s-Gravenhage 1950). Hij draagt zijn proefschrift op aan zijn overleden vader. Diens zoon, ook Kees (1947) genoemd naar zijn grootvader, komen wij als secretaris van de Koninklijke Nederlandse Bosbouw Vereniging tegen.

Andreas Schotel heeft in 1918-1919 op de Rotterdamse Gasfabriek vele tekeningen van de werkzaamheden gemaakt, die hij tot etsen uitwerkt. Om er te mogen werken heeft hij natuurlijk van directeur Melchior Sissingh toestemming moeten krijgen. In een gesprek heeft hij ongetwijfeld verteld over zijn mobilisatietijd in Noord-Brabant en dat hij, zoals bij vele kunstenaars in zwang was, graag op het platteland onder de boeren zou willen werken. Daarop heeft Sissingh hem voorgesteld om naar zijn broer Kees op De Utrecht te gaan en heeft daarbij bemiddeld. Zo komt Andreas Schotel eerst alleen naar Esbeek en na zijn huwelijk op 16 april 1920 met Mies Gips verblijven ze er ook een periode. In ieder geval komen ze op 28 juli 1921 uit Hilvarenbeek naar Hillegersberg en op 31 december 1921 vestigen ze zich in Rotterdam. Enkele jaren later weet Schotel een tuinhuisje te bemachtigen en het voor elkaar te krijgen om het in het bos van de Oranjebond van Orde te mogen neerzetten. Het gaat dienst doen als een pied à terre in Esbeek en zal zestig jaar lang als vakantieverblijf ‘De Schuttel’ met de nodige aanpassingen dienstig zijn. Met Kees Sissingh zijn er goede contacten, want in het oeuvre van Schotel komen wij een geëtst portret van hem tegen en een ontwerp en uitgevoerd exlibris op zijn naam. Het portret is (achteraf) door Schotel 1917 gedateerd, maar zal van 1919 of 1920 zijn, doch past goed in de vroege reeks portretten van de graficus. De datering van de exlibris zal eind jaren 1920 liggen. Op een vlotte ontwerpschets in inkt, waarbij de golvende uitsnede opvalt, richt een jager bij bomen zijn geweer op vogels. Het in linosnede uitgevoerde exemplaar laat bomen, vogels, haas, uil en paddenstoel zien met een zon erboven, waarbij de jager achterwege is gebleven.

Vermoedelijk zou Andreas Schotel zonder de broers Sissingh nooit in Esbeek beland zijn en zou er uiteindelijk geen museum tot stand gekomen zijn. Of heeft zo mogelijk een neef van hen, Jakobus Gerardus Sissingh (1868-1957) nog een rol gespeeld. In 1894 begint hij in Charlois (nu Rotterdam-Zuid) een vernisstokerij en verfwarenfabriek aan de Korte Hilleweg, later tot Paul Krugerstraat omgedoopt. Wie weet, waren er connecties met vader Wessel Schotel die kunstlakker van beroep was en die zijn verf en vernis wellicht bij de fabriek van Sissingh betrok. Het is speculatief en niet meer te achterhalen. Zaken lopen zoals ze lopen.

Peter Thoben

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design