Soms doe je een ontdekking. Met regelmaat doorzoek ik de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam, maar deze keer tref ik een portret van Andreas Schotel met baard aan, dat ik nog niet eerder heb gezien. Het portret is door de kunstenaar Albert Neuhuijs (1895-1968) getekend, van wie ik ook een zelfportret aantref. Met Andreas Schotel studeert hij vanaf 1917 aan de Rotterdamse academie bij Antoon Derkzen van Angeren. Op de website van het Rijksmuseum wordt als maker van het portret de Haagse Schoolschilder Albert (Johannes Albertus) Neuhuijs (1844-1914) genoemd, maar dat is onjuist. Omdat beiden Albert Neuhuijs – vaak met y geschreven – heten, ontstaat er nogal eens verwarring. De oudste Albert Neuhuijs is de bekendste, een broer van de grootvader van de jongste, dus een oudoom.

Over Albert Neuhuijs is niet veel bekend. Albertus Joannes Augustus Neuhuijs is op 17 april 1895 te Antwerpen geboren als zoon van fabrikant Augustus Désiré Neuhuijs (1862-1938) en de Zwitserse Maria Anna Bürgi (1872-1942). Een jongere broer is Paul Neuhuys (1897-1984), die als Franstalige dichter en criticus bekend zal worden. Voor de Eerste Wereldoorlog studeert hij aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, waar hij vermoedelijk Jo Proost in 1913 als medestudent leert kennen en met wie hij een reis naar Parijs maakt. Bij het uitbreken van de oorlog vlucht de koopmansfamilie Brand van Straaten-Pede naar Zeeland. Wanneer hun dochter Wilhelmina Maria Jacoba Brand van Straaten (1896-1991) zwanger blijkt te zijn trouwt Albert Neuhuijs haar op 7 april 1915 te Vlissingen. Ruim een maand later op 15 mei 1915 wordt zoon Donald Maria Augustus Neuhuijs (1915-2002) in Middelburg geboren. Op internet heb ik van hem een op eerste kerstdag 1915 geschreven briefkaart aangetroffen, waaruit blijkt dat hij op Boulevaard Leopold te Antwerpen verblijft en zijn vrouw op Hoekweg 10 te Rijswijk/Voorburg: “Mijn lief vrouwtje. Ik moet wel aannemen dat jou kaarten aan mij niet terecht komen. want van anderen ontvang ik toch zoo nu en dan eens iets. al is het ook niet dikwijls maar van jou heb ik nu in 2 maanden niets meer gehoord. Hoe komt dat toch? Ik ben altijd aan het denken daarover en kan het mij maar niet begrijpen. Nu hoop ik toch binnenkort vast op iets nieuws van je. Hoe maakt je het? Ik hoop nog altijd goed. Met mij gaat het naar omstandigheden. er is zeer weinig te verdienen. juist voor in het leven te blijven … Ik ben verleden week nog in de Kempen geweest en heb daar nog een klein zaakje in eikels gedaan. … Wat heb ik een spijt nieuwjaar niet bij jou te kunnen doorbrengen. Maar laat ons hopen dat het zoolang niet meer zal duren. Ik wensch je van harte alles goeds toe met het nieuwe jaar en hoop dat wij spoedig weer bijeen zijn. Nu mijn harte vrouwtje meest hartelijk omhelzend voor je liefh. ventje”

In Voorburg – vermoedelijk op bedoeld adres – wordt op 20 augustus 1916 hun tweede zoon David Johannes Arnoldus Neuhuijs (1916-2007) geboren. Het ligt niet ver van kasteel De Binckhorst, waar in die tijd een groep kunstenaars verblijft. Immers daar tekent Neuhuijs in 1916 twee portretten van Jo Proost. In 1917 vestigt het gezin zich in Rotterdam, waar Albert Neuhuijs samen met Andreas Schotel, Henriette Reuchlin-Lucardie en Henk Chabot de studie in de grafiekklas bij Antoon Derkzen van Angeren begint. Een derde zoontje Paul Neuhuijs ziet er op 30 mei 1918 het levenslicht, maar dat dooft al na twee maanden op 8 augustus. Het huwelijk houdt geen stand en de scheiding wordt op 11 april 1921 door de Rotterdamse rechtbank uitgesproken. Wilhelmina Brand van Straaten hertrouwt op 29 maart 1928 te Amsterdam met de jurist Herman Kornelis de Raaf (1898-1972), die uit een onderwijzersfamilie stamt. De twee zonen komen in Californië terecht, waar ze na 2000 overlijden. 

Bij de Rotterdamse gemeentebibliotheek heeft Albert Neuhuijs de assistente Cornelia Johanna van Wicheren (1894-1973) leren kennen en met haar trouwt hij op 1 maart 1922. Uit het huwelijk wordt een dochter Nadia Ilona Neuhuijs op 3 augustus 1929 geboren. Ook dit huwelijk eindigt in 1934 met een scheiding. Bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 gaat zijn atelier in vlammen op en het aanwezige werk geheel verloren. In 1952 reist hij naar Spanje. Naar aanleiding van zijn 65ste verjaardag krijgt hij in het prentenkabinet van Museum Boymans van Beuningen van 11 december 1960 tot 22 januari 1961 een overzichtstentoonstelling met catalogus: de belangrijkste in zijn leven. In 1961 verhuist hij naar Sassenheim, waar hij op 20 februari 1968 overlijdt. Zijn overlijdensadvertentie in Het Parool en De Telegraaf wordt ondertekend door Jeannette Marie Auguste Koetschheim (1903-1986), die van 1927 tot 1944 met Carolus Leopoldus Maria Janssens getrouwd was.

Albert Neuhuijs heeft met Andreas Schotel nauwe contacten onderhouden, als medestudent aan de academie, maar ook in de jaren daarna. Op de kersttentoonstelling in de academie eind december 1921 is hun beider werk te zien naast dat van Henk Chabot en Henriette Reuchlin-Lucardie. In december 1923-januari 1924 exposeren ze samen bij Kunstzaal Esher Surrey, in november-december 1924 bij de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp in Den Haag en in april 1925 samen in De Lakenhal te Leiden. Voorts wordt werk van hen op dezelfde groepstentoonstellingen gepresenteerd.

Albert Neuhuijs moet ook met Schotel mee naar Noord-Brabant gereisd zijn. Er is een ets van een boereninterieur bekend, die door meester Jan Lauwers is ingezonden naar de expositie Hilvarenbeek Oud en Nieuw in het Parochiehuis te Hilvarenbeek in augustus 1946. Een afdruk van deze ets is in de collectie van het Jakob Smitsmuseum te Mol aanwezig.

De portrettekening van Neuhuijs moet uit de periode zijn, dat Schotel zijn zelfportret in 1922 etst, omdat hij zichzelf daarop met baard afbeeldt. Uit 1926 dateert de ets van Schotel, waarop Neuhuijs staand is afgebeeld. Van Albert Neuhuijs bevinden zich in de collectie Esbeek nog vijf etsen en één linosnede. 

Het oeuvre van Albert Neuhuijs en de precieze relatie met zowel Jo Proost als Andreas Schotel zouden – voor zover nog te achterhalen – nader onderzocht moeten worden. 

Peter Thoben, conservator

Bekijk afbeeldingen

Doordat het Andreas Schotel Museum onlosmakend verbonden is met café Schuttershof is sinds half oktober het museum gesloten. Zolang de horeca gesloten is zal dat ook zo blijven. Dat betekent niet dat er niet wordt gewandeld, het blijft druk op de Esbeekse wandelpaden. De gratis wandelfolders die bij de buitendeur van het museum  te vinden zijn, moeten vaak worden bijgevuld. Toen net na de zomer de maatregelen wat werden versoepeld hebben we bezoek gehad van Lucette en Antonie Schotel, twee verre nazaten van Andreas Schotel. Op zich is dat niet bijzonder, de afgelopen jaren hebben we regelmatig contacten met familieleden van Schotel. Lucette heeft zoals ze zelf zei niet het tekentalent geërfd van haar familie, echter wel de creativiteit in het schrijven. Het is dan ook logisch dat we haar vroegen een stukje te schrijven over haar bezoek in Esbeek. We willen het u niet onthouden.

Op vrijdag 25 september zijn wij, Antonie (Ton) Schotel en Lucette Schotel, neef en nicht, naar Esbeek gegaan om een bezoek te brengen aan het Andreas Schotel Museum.
Antonie en ik zijn de nazaten van de zeeschilder Johannes Christiaan Schotel. Antonie is geboren in Vlaardingen en ik in Bandoeng West Java, in het voormalig Nederlands-Indië. Antonie heeft ook Indisch bloed.
Het werd De Dag Van Ons Leven!!! 

We zijn zo hartelijk, gastvrij en lief ontvangen door het hele Bestuur. We kregen koffie met gebak...Brabantse gastvrijheid ten top! We voelden ons VIP's.... 
We hebben onze ogen uitgekeken op alle etsen, schilderijen en de zelfbedachte en door Andreas gemaakte meubels, én zijn attributen, welke men kan bewonderen in het museum. De uitleg over Andreas én zijn werk, was ook geweldig te noemen. Helder en duidelijk. We kregen steeds meer bewondering, zowel voor De Meester zelf, als voor het werk van de vele vrijwilligers én het Bestuur.
Omdat Antonie en ik niet goed ter been zijn, heeft men ons met de auto langs delen van de 10 km lange wandelroute gereden. We hebben genóten!! Niet alleen van alle prachtige beelden, en de ezels met de etsen en schilderijen van "Oom Andreas Schotel " (zo noemen we hem!) maar ook van het mooie, rustgevende Brabantse land. We hebben met open mond gekeken naar het méér dan levensgrote, en zéér indrukwekkende beeld van oom Andreas. Ik, met mijn 1.49 mr. kwam maar net tot zijn knie. Ik kan al die indrukwekkende beelden wel allemaal één voor één opnoemen, maar dan wordt dit artikel te lang. Wèl wil ik het paard en de man achter de ploeg noemen, en de vrouwen in het veld. Ik moet ook nog iets kwijt over het Schuttel huisje...net een poppenhuis....en met authentieke inboedel, waaronder een echte ouderwetse bus VIM. Leuk om te zien.       

Wat we ook erg fijn vonden, was dat we het graf van oom Andreas hebben bezocht. Ik heb een bloemetje neergelegd voor hem en heb de tuinman van het kerkhof gevraagd om af en toe een bloemetje namens ons neer te leggen op het graf. Hij zou het doen.
Terug in Café De Schuttershof hebben we onszelf getrakteerd op het "ANDREAS SCHOTEL MENU".  In één woord zálig! En zo leuk opgediend op een bord in de vorm van een schilderspalet, met allerlei kleurige sausjes in de " verf " bakjes, zal ik maar zeggen. Antonie wordt nóg lyrisch als hij aan die maaltijd denkt...
 
We hebben uiteraard het boek : " ANDREAS SCHOTEL MUSEUM ESBEEK "gekocht.
Kortom...het is een GEWÈLDIGE dag voor Antonie en mij geweest en we hebben overal reclame gemaakt voor het "ANDREAS SCHOTEL MUSEUM ESBEEK" 

Met vriendelijke groet,

Antonie Schotel en Lucette Schotel

In deze bijdrage breng ik graag een tekening van Andreas Schotel onder de aandacht en tracht die qua thematiek te plaatsen in een historisch perspectief. 

In de museumcollectie is een geaquarelleerde houtskooltekening van Andreas Schotel aanwezig, waarop een boerenfamilie tijdens het middagmaal is afgebeeld. Het gezin bestaat uit een moeder en (half zichtbaar) vader met vijf kinderen en dienstmeisje of zijn ze soms alle zes kinderen van het echtpaar.

Ze zitten aan een tafel voor het raam met roedenverdeling en boven de tafel hangt een olielamp. Blijkens de half afgesneden letters BRA moet het tafereel in Noord-Brabant gesitueerd worden en ongetwijfeld in Esbeek. En blijkens het jaartal in 1920. Enkele jaren eerder heeft Schotel een lino gemaakt, waarop kaarters aan tafel op knopstoelen in een boerenomgeving met schouw en mutserd en oliehanglamp zijn afgebeeld. Volgens overlevering zou het de familie Schellekens van het Hoogeind zijn. Terwijl de lino conventioneel-traditioneel overkomt, heeft de tekening toch eerder een modernere uitstraling.

Het thema mensen aan het eten aan tafel kennen wij uit de bijbel met het laatste avondmaal en de Emmausgangers. Nagenoeg iedereen kent de afbeelding van de muurschildering van het Laatste Avondmaal, die de renaissancekunstenaar Leonardo da Vinci (1452-1519) in de refter van het klooster Santa Maria delle Gracie in Milaan heeft aangebracht. Het is een iconografisch modelvoorbeeld geworden met veel navolgingen zoals de natuurgetrouwe kopie in de Abdij van Tongerlo. Ook de Emmausgangers aan tafel met Christus hebben talloze kunstschilders weergegeven. Bekend zijn bijv. het schilderij van Abraham Bloemaert (1566-1651) in de Koninklijke Musea te Brussel of dat van Rembrandt (1606-1669) in het Louvre te Parijs. Maar het meest bekend is wellicht het schilderij van de Emmausgangers in Museum Boymans van Beuningen te Rotterdam, dat in 1937 als een ‘echte’ Johannes Vermeer is aangekocht, maar later een vervalsing blijkt te zijn door meestervervalser Han van Meegeren (1889-1947). 

De Haagse Schoolschilder Jozef Israëls (1824-1911) heeft het thema van de boerenmaaltijd in de Nederlandse schilderkunst nieuw leven ingeblazen. Evenals andere schilders trekt hij geregeld naar Dongen, waar hij in 1876 een schoenmakersfamilie aan de maaltijd schildert in een donker binnenhuis. De ouders zitten tegenover elkaar aan tafel en prikken met een vork uit een walmende schaal aardappels hun deel. Hierbij staat een schommelwieg en drie dreumesen terzijde eten hun bord piepers met de tien geboden. In 1882 herneemt hij het Dongens thema meerdere malen met variaties. Nu beeldt hij het boerengezin af bij de maaltijd rondom een tafel, waaraan vader, moeder – die opschept – en twee kinderen op knopstoelen zitten en het jongste kind in een kinderstoel. In 1885 beeldt hij het thema nogmaals uit, maar dan zit een boerenechtpaar in gebed aan een ronde tafel met een walmende schaal aardappels voor een open vuur met vuurkorf en er staat een rieten wieg met kind in de ongedeelde ruimte van een Twents los hoes (d.i. een type boerderij). Israëls heeft dit tafereel opgedaan in Delden in de buurt van hotel Carlshaven, waar hij logeerde. Opnieuw schildert hij omstreeks 1902 aardappeleters: een oude vrouw en drie oude mannen aan een tafel met daarop een schaal aardappelen. De nadruk ligt nu geheel op de figuren.

In Den Haag bij kunsthandel Goupil & Cie heeft Vincent van Gogh dergelijk werk van Israëls uit 1882 ongetwijfeld gezien. Dit heeft hem drie jaar later te Nuenen geïnspireerd tot het schilderen van De Aardappeleters, zijn belangrijkste werk uit zijn Brabantse periode en nu wereldberoemd. 

In april 1885 (brief 492) is hij met het thema “boeren om een schotel aardappels” bezig en laat in een schets aan zijn broer Theo zien hoe de compositie is en schrijft: “Ik heb het op een vrij groot doek geschilderd en zooals de schets nu is, zit geloof ik er wel leven in.” Hij stapt naar de pas opgerichte drukkerij Gestel & Zn aan de Langendijk (d.i. Vestdijk) in Eindhoven om direct op de lithografische steen zijn aardappeleters te tekenen. Het gebruik van de steen, greinen, papier en drukken van 50 exemplaren kost hem drie gulden (brief 493). Na de koppen nog afzonderlijk geschilderd te hebben komen de schilderijen vervolgens in mei gereed. Van Gogh is in navolging van Jean-François Millet, de vader van Barbizon, gegrepen door het boerenleven: “Door op alle uren van den dag voortdurend het boerenleven te zien ben ik er zoo ingeraakt dat werkelijk ik aan niets anders haast ooit denk” (brief 493). In de jaren 1890 komt Albert Neuhuys (1844-1914) met regelmaat in Mol, waar hij het thema op zijn manier uitbeeldt.

In de traditie van de Haagse School-schilders en Vincent van Gogh komt Andreas Schotel ook naar Esbeek om zich door de boerenarbeid te laten inspireren. Jozef Israëls beeldt het eenvoudige boerenleven lieflijk af, idealiseert en romantiseert het. Van Gogh poogt in de uitdrukking van de koppen de hardheid van het boerenbestaan weer te geven. Bij Andreas Schotel wordt het onderwerp op een tamelijk objectieve wijze voorgesteld, zoals hij het ter plaatse heeft waargenomen. 

Met deze bijdrage hoop ik duidelijk gemaakt te hebben, dat Andreas Schotel nog in de traditie van het thema staat, maar dit niet op een nostalgische, maar eigentijdse wijze uitbeeldt.

Peter Thoben,

conservator

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design