Vanaf 21 mei a.s. is er in het Andreas Schotel Museum een nieuwe expositie ingericht, waarvoor dit keer etsen en enkele houtsneden zijn geselecteerd.

Op de boerderij is altijd werk en het houdt nooit op. Afhankelijk van het seizoen is er meer of minder werk op het land. Ook de veestapel, al is het kleinvee, moet dagelijks gevoederd en verzorgd worden. Uit de veestallen en varkenshokken moet de mest uitgekruid worden. De werkzaamheden op het land verlopen volgens een vast ritme van mesten, ploegen, eggen, zaaien, maaien, dorsen en van spitten, poten, hakken of schoffelen op velden met aardappelen, bieten of groenten. Om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren bedient de boer zich van werktuigen als hulpmiddelen, aanvankelijk handgerei en vervolgens steeds meer machines. Het boerenwerk kan daardoor gemakkelijker en sneller uitgevoerd worden. 

Voor de tentoonstelling hebben we grafiekbladen geselecteerd, waarop handgerei, werktuigen en machines bij het boerenwerk door Andreas Schotel zijn afgebeeld. Opgemerkt moet worden, dat het vaak om latere afdrukken, zogenoemde schoongedrukte etsen, gaat. 

Zo beeldt hij boeren af met zicht en pik bij de roggeoogst en met zeis bij het grasmaaien. Ook het spitten, hakken en wieden is op zijn etsen te zien, waarbij een schop, riek, hak of schoffel gehanteerd worden. 

Paarden worden benut om ploeg en eg te trekken, of hoog- of erdkar voor het transport van oogst en mest. Op enkele etsen is het paard buiten de schuur in de manege of rosmolen te zien. Met het rondlopen van het paard aan een trekboom drijft hij via een tandwiel en lange as binnen een dorsmachine aan, een onderwerp dat Andreas Schotel vaker heeft weergegeven. Nadat het koren uit de aren is gekamd, moet het graan gezuiverd worden en door de kaf- of wanmolen gehaald worden om het kaf van het koren te scheiden.

Op zijn prenten is de komst van grotere landbouwwerktuigen te volgen zoals wan- of kafmolen ter vervanging van de gevlochten rieten wan, hooihark of hooikeerder, maaimachine, dorskast en natuurlijk de tractor, maar dan hebben wij het al over de periode na de Tweede Wereldoorlog. 

Opmerkelijk is, dat er op zijn etsen geen kruiwagens voorkomen, die toch veel gebruikt zijn bijv. bij het uitrijden van mest uit de stal. Misschien heeft Schotel dat als stadse mens te gewoon gevonden, waardoor het voor hem geen object is om af te beelden. 

Met deze thematiek zet Andreas Schotel een artistieke traditie voort, die zijn oorsprong heeft in de negentiende eeuw, wanneer kunstschilders naar het platteland trekken om er het ‘ongerepte’ landschap ‘en plein-air’ en de ‘zwoegende’ boeren of landarbeiders te tekenen en te schilderen. Zo ontstaan er in landelijke gebieden schilderdorpen of schilderkolonies bijv. in Dongen, Heeze, Mol, Kalmthout en Wechelderzande in de Kempen. De stimulans is omstreeks 1840 uitgegaan van de School van Barbizon, genoemd naar het dorpje in de bossen van Fontainebleau. Als grondlegger kan Jean-François Millet beschouwd worden en zijn ideeën vinden overal in Europa navolging en algemene acceptatie. Internationale tentoonstellingen van levende meesters en de opkomende kunsthandel dragen eveneens bij de verspreiding ervan bij. Het wordt een trend, waarmee opeenvolgende generaties kunstenaars worden geïnfecteerd als ware het een virus. Maar het moet tevens min of meer gezien worden als een reactie op de moderne tijd met industrialisatie, verstedelijking en sociale mistoestanden. Op het platteland is het boerenleven nog eenvoudig, authentiek en onbedorven, is er nog sprake van arbeidslust, plichtsbetrachting, familiezin, saamhorigheid en andere positieve connotaties, zodat het tot ‘ideaal’ wordt verheven.

Jaarlijks komt Andreas Schotel voor enkele maanden naar Esbeek en observeert de werkende boerenbevolking waarvan hij in talloze etsen, maar ook in tekeningen en aquarellen verslag doet op zijn eigen karakteristieke manier.

Misschien komt het beeld dat Andreas Schotel van het boerenwerk geeft, in onze ogen ‘romantisch’ over, maar het was natuurlijk fysiek zwaar; zwoegen en ploeteren voor een karig inkomen.

Peter Thoben, conservator