Ondanks alle onzekerheid omtrent de situatie rond het coronavirus is er toch een nieuwe expositie in het Andreas Schotel Museum ingericht. Afgelopen september heeft het museum aan de tentoonstelling Cavalcade. Een stoet van picturale paarden in ’t Kristalijn te Mol-Rauw (België) meegedaan met een zestal werken. Reden om de museumverzameling eens door te lopen op werken waarop het paard is afgebeeld en dat blijken er nogal wat te zijn. Daarom wijden wij nu een expositie aan paarden in het oeuvre van Andreas Schotel, die tot en met 24 februari 2022 te zien is. 

In de geschiedenis zijn mens en paard onafscheidelijk. De mens moest het paard ten eigen nutte temmen (domesticeren) om het bruikbaar te maken als last-, rij- of trekdier. Paarden werden bereden om sneller afstanden af te leggen of om in oorlogen effectief te kunnen opereren. Met paarden, ingespannen voor een kar, koets, trekschuit, wagen, slee of tram, konden grotere vrachten en/of meer mensen over een langere afstand gemakkelijker en sneller vervoerd worden. 

In het boerenbedrijf werden paarden gebruikt bij het ploegen, eggen en de oogst naar de schuur brengen. In de haven, in de bossen of bij bedrijven werden werkpaarden vooral als trekpaard voor vervoer van goederen, bomen etc. ingezet, maar ook in tred- of rosmolens en in de mijnen. De enorme kracht van het paard heeft de mens altijd benut voor veelzijdige doeleinden. Daarom was het paard een essentieel deel van zijn werkkapitaal. Overigens werd paardenvlees ook als voedsel gegeten en waren er speciale paardenslagers. Met de komst van motoren verliest het paard zijn praktische functie als werkpaard en krijgt meer en meer in circus, sport of recreatie een rol. Paardenrennen, ruiter- of springsport en paardendressuur worden ter ontspanning van mensen in een soms competitieve en prestatiegerichte rol georganiseerd. De mens blijft nog altijd zijn wil aan het paard opleggen, maar is er op een geheel andere manier van afhankelijk. 

Het belang van het paard voor de mens blijkt evenzeer uit de talloze uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegden met verwijzingen naar paarden: Vast in het zadel zitten; Zijn stokpaardje berijden; Een paardenmiddel; De teugels in handen hebben of laten vieren; Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken; Het beste paard van stal; Er zijn luxe paarden en werkpaarden; Trekken aan een dood paard; Het paard achter de wagen spannen; Het paard van Troje binnenhalen; Man en paard noemen; Op het verkeerde paard wedden; Over het paard getild zijn, enz. enz. 

In het oeuvre van Andreas Schotel treffen wij veel paarden aan, omdat die vroeger bij veel bezigheden gewoon waren, zowel in het boerenbedrijf als in de stad of in de haven. De veranderde functie van het paard brengt Schotel ook in beeld bij circusacts of in de ruitersport. 

De tentoonstelling illustreert aardig, hoe normaal het paard vroeger in het alledaagse leven was en geen luxe bezit voor financieel draagkrachtigen zoals tegenwoordig. Door een dergelijk onderwerp/thema van het paard centraal te stellen kunnen wij het werk van Andreas Schotel in een cultuurhistorische perspectief plaatsen, wat nieuwe gezichtspunten oplevert. De artistieke merites en kwaliteiten van Schotel’s werk veranderen daardoor geenszins, maar ze krijgen wel een bredere lading.

In de gang hangen etsen van Andreas Schotel met betrekking tot de landbouw in Esbeek.

 

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/museum/exposities#sigProId95d561b3d4

Tot en met 28 november 2021 sieren de aquarellen van Peter van Tilburg de wanden van het museum. De expositie is een selectie van de aquarellen uit het boek Brabantse Heerlijkheden. Oude landgoederen en nieuwe natuurgebieden in aquarel en tekst en vindt plaats ter gelegenheid van het verschijnen ervan op 18 september jl. Tijdens de corona-periode, die vorig jaar samenviel met mooi weer, is de kunstenaar Peter van Tilburg op zijn wandel- en fietstochten aquarellen van de omgeving gaan maken, die tot het idee voor het boek hebben geleid. Op verzoek heeft Emmanuel Naaijkens de tekst geschreven. 

Graficus Andreas Schotel heeft tijdens zijn jaarlijkse zomerverblijf in Brabant te Esbeek eveneens de omgeving getekend en tot etsen uitgewerkt. Bij vergelijking van het werk van beide kunstenaars – ook al zit er meer dan 50 jaar tussen – is het landschap nog altijd herkenbaar en nagenoeg hetzelfde. De benadering van beide kunstenaars is echter anders. Schotel laat vooral het werken van de boeren op het land zien (soms heel klein en nietig) en Peter van Tilburg is meer geboeid door de natuur zelf. Dat zegt iets over de verandering van de natuurbeleving. Beide kunstenaars gaan van de observatie van de werkelijkheid uit, maar vertalen dat in hun eigen handschrift en vormentaal; Schotel heeft oog voor het detail, Peter van Tilburg geeft eerder een snelle impressie.

Peter van Tilburg is in Rotterdam geboren, maar in Bussum opgegroeid. Na de H.B.S. gaat hij in 1965 naar kunstacademie Artibus in Utrecht, maar de studie beantwoordt niet aan zijn verwachtingen. Hij gaat naar Amsterdam, werkt bij de krant Het Vrije Volk en begint in 1966 aan de Universiteit van Amsterdam de studie culturele antropologie. Tijdens zijn studie maakt hij in 1970 met een Citroën (lelijk eendje) een wereldreis. Na zijn afstuderen solliciteert hij bij de Verenigde Naties en wordt uitgezonden naar de Filippijnen (2 jaar) en Sri Lanka (3 jaar). Vervolgens werkt hij bij het ministerie van buitenlandse zaken en doet projecten in Ghana (2 jaar) en Zuid-Afrika (3 jaar). In 1987 wordt hij aangezocht door het Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, waar hij tot zijn pensionering zal werken. Enkele jaren van 1989 tot 1994 is hij gedetacheerd bij Technische Universiteit Eindhoven aan de opleiding Techniek en Maatschappij. Door zijn verhuizing naar Brabant raakt hij in Hilvarenbeek gesetteld. Zo is hij programmamaker bij de Lokale Omroep Hilvarenbeek en betrokken bij de stichtingen Kunst Mondiaal en Tussen Hemel en Aarde. 

Altijd is hij blijven tekenen en schilderen, maar de kunst gaat een steeds grotere plaats in zijn leven innemen. Om zich diverse technieken meester te maken neemt hij atelierlessen bij Matthew Filipowski, Hans Smolders, Linda Arts, Jan van den Berg, Paul van Dongen, John Dohmen en Reinoud van Vught. Geïnspireerd door het werk van El Lissitzky en Kazimir Malevitch legt hij zich vooral toe op het maken van ruimtelijk werk: beelden die hij na kartonnen maquettes gemaakt te hebben zelf van metaal in elkaar last. Deze sculpturen bestaande uit op elkaar staande vormen in vlakken manifesteren zich op een suggestieve en soms picturale manier in de ruimte. In de openbare ruimte heeft hij vele beelden staan en op talloze tentoonstellingen heeft hij zijn werk in binnen- en buitenland geëxposeerd o.a. als lid van het Kunstenaars Genootschap De Ploegh. 

Door naarbuiten te treden met deze aquarellenreeks toont hij een minder bekende kant van zijn kunstenaarschap. Alle aquarellen zijn met vlotheid gemaakt. Immers het medium van de aquarel leent zich niet voor correctie, want dan wordt het een smeerboel. Hij heeft de sfeer onderweg in licht en kleur met trefzekere, waterige toetsen in één keer trachten te treffen. De aquarellen laten enerzijds zien hoe verschillend het karakter van het landschap in een regio binnen de provincie Noord-Brabant is, anderzijds hoe rijk en divers flora en fauna in natuurgebieden en landgoederen zijn. Toch schuilt er indirect in de aquarellen een boodschap, namelijk dat wij behoedzaam met onze natuur en ons landschap moeten omgaan en die moeten koesteren voor de toekomst. Dit pleidooi impliceert ook een stimulans om zelf op stap te gaan. De aquarellenreeks is een aantrekkelijk cultuurhistorisch tijdsdocument.

Peter Thoben, conservator

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/museum/exposities#sigProId8d792a9fbf

Van 12 september tot en met 6 december 2020 loopt in het Andreas Schotel Museum te Esbeek de tentoonstelling Een keur aan koppen, waarvoor uit de museumcollectie een reeks portretkoppen van Andreas Schotel zijn geselecteerd. 

Andreas Schotel staat niet bekend als portretkunstenaar of portrettist. Hij heeft geen portretten in opdracht vervaardigd, misschien op een enkele uitzondering na. Toch heeft hij vele portretten op eigen initiatief getekend om zijn vaardigheid als tekenaar te oefenen. Vooral door aansprekende of karakteristieke koppen moet hij tot het tekenen van portretten aangezet zijn. Ook uit vriendschap of als tegenprestatie zal hij van deze en gene wel eens een portrettekening gemaakt hebben, die hij soms tot een ets heeft uitgewerkt.

Tekenen is – zeker vroeger – voor iedere kunstenaar de basis van zijn kunstenaarschap. Als beginnend kunstenaar heeft Andreas Schotel zijn tekenvaardigheid geoefend door portretten te tekenen, want de vroegste portretjes zijn in familiekring tot stand gekomen. Vader, moeder, maar ook zijn oudere zus Bep en broer Wes heeft hij tot model genomen. Op de academie behoort het tekenen naar levend model (gekleed en naakt) tot het vaste curriculum. 

Tekeningen van bootwerkers en arbeiders uit de gasfabriek met indrukwekkende koppen heeft Schotel succesvol weergegeven in tekeningen maar ook als ets uitgevoerd. Mogelijk in opdracht heeft hij karakteristieke koppen getekend van de grondlegger van ‘De Utrecht’ Willem Pieter Ingenegeren en van de componist Henri Zagwijn. In de beslotenheid van zijn atelier heeft hij veel figuurstudies en portretten vervaardigd, veelal kennen wij de namen van de geportretteerden niet. Bertus Schmidt en Corrie Pomes zijn uitzonderingen. Een zekere Heinz uit het Roergebied heeft hij voor zijn vertrek naar Spanje om aan de burgeroorlog deel te nemen getekend en wederom tijdens de oorlog omdat hij dan vermoedelijk op Schotels atelier ondergedoken zit. Tijdens de verblijven in de zomermaanden in Esbeek heeft hij door de jaren heen heel wat mensen geportretteerd, zoals Jan van der Heijden, Vera Reuser, oude en jonge Frans Souwen en dokter Harry Ruhe, de laatste weliswaar naar een portretfoto van Lenie Heeffer-van Rijn.

In de loop van de tijd heeft hij zijn eigen portret ook periodiek met hulp van een spiegel geobserveerd en getekend: schetsmatig, gedetailleerd of ietwat karikaturaal, soms als vertrekpunt voor een ets. 

In de geëxposeerde koppen probeert Schotel in de fysiognomie van de kop iets van het karakter van de persoon te laten doorklinken. Wanneer de portretten of koppen nauwkeurig en intensief worden bekeken, blijken ze zeer de moeite waard. Een expositie waar met een speciale ‘blik’ naar gekeken moet worden.

In de gang hangen etsen met de natuur als onderwerp, in wezen een kleine reprise van de eerdere expositie Natuur bij Schotel.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

View the embedded image gallery online at:
https://andreasschotel.nl/museum/exposities#sigProIde4669634b0

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design