Terugblik op het ‘rampjaar’ (annus horribilis) 2020

 

Het nieuwe jaar begon zoals het moet gaan. Na afloop van de tentoonstelling  Aad de Haas (1920-1972). Linosneden met de reeks passieprenten uit de museumcollectie begon op 11 januari de expositie Natuur bij Schotel die tot en met 29 maart zou lopen. Op vrijdag 6 maart 2020 kwamen de Vrienden van Andreas Schotel traditiegetrouw samen voor de culturele Schotelavond om onderling de etsen van Schotel te wisselen. Voor het programma werd deze keer geen beroep gedaan op buitenstaanders, maar werd door de vrienden zelf verzorgd met een retrospectief over veertig jaar. Nadat het afgelopen jaar zowel inhoudelijk als financieel de revue gepasseerd was, werden Piet Verhoeven en Ad van Rijswijk als bestuursleden van het eerste uur door Kees van Kemenade indringend geïnterviewd over de drijfveren voor het ontstaan van de Stichting Vrienden van Andreas Schotel, de opzet van de kunstuitleen van Schoteletsen, de restauratie van de Schuttel, de relatie met Leen Rademaker, de komst van de nalatenschap naar Brabant, de professionele behandeling van de toch ietwat verwaarloosde collectie door De Tiendschuur, de gelukkige omstandigheid van de oprichting van de Coöperatie Esbeek waardoor het museum in een deel van de dorpshuiskamer kon worden ondergebracht. Vanuit de zaal werd op Joke Radermakers-van den Broek een beroep gedaan om de herinneringen soms in het juiste perspectief te plaatsen. Vervolgens kwam de veelheid aan activiteiten van de afgelopen tien jaar, na de opening van het museum op 17 mei 2009, aan bod: de Schotel wandelroute met beelden, de wisseltentoonstellingen, de publicaties, de Park en Schotel-festivals, de beeldentuin en artist in residence, waarbij de conservator enige nuance en kleur mocht aanbrengen. De vertoning van de aflevering van het televisieprogramma Van gewest tot gewest over het Esbeekse initiatief bracht iedereen ruim 30 jaar in de tijd terug. Mooi is te zien dat bij enkele mensen van toen het Schotel-virus nog altijd aanwezig is. Na de pauze trad het Roos-koor op van de gelijknamige Beekse brouwerij met een afwisselend liederenrepertoire in de sfeer van de bekende zeemanskoren.

Nog geen tien dagen later zat de wereld op slot in een ‘intelligente lockdown’ vanwege de uitbraak van de coronapandemie. Met de overheidsrestricties werd alles vertraagd zeker nadat bij de eerste golf de ziekte hard en dodelijk toesloeg. Het virus Covid-19 was een sluipmoordenaar, die niet te veronachtzamen was. Het betekende ongewild een stap op de plaats maken. De afspraken met de exposanten voor de beeldentuin, de plannen voor een nieuwe editie voor Park en Schotel en een nieuwe ‘artist in residence’ na het succesvolle, eerste verblijf van Juliana Rios Martinez uit Bogota in 2019 moesten gecanceld en geparkeerd worden. De grote vraag was voor hoe lang? 

Bijzonder was dat er in april een pakket van de Kunstuitleen uit Rotterdam bezorgd werd met de schenking van één ets van kaartende bootwerkers of havenarbeiders en één krijttekening van boer Van Liere op tractor. In ’t Kleppermenneke hebben wij aan deze schenking aandacht besteed, maar ook over andere onderwerpen zoals Terugblik op 2019, Geanimeerde Schotelavond, Het loopt dit jaar een beetje anders, Portretkoppen van Andreas Schotel, Een onderwerp met traditie: de boerenmaaltijd van Andreas Schotel, Bezoek van Schotelfamilie, Andreas Schotel en Albert Neuhuijs werd geschreven en natuurlijk over de nieuwe exposities. Daarover werd eveneens in De Hilverbode bericht.

Begin juni begon er weer hoop te gloren. Conform het protocol van de Nederlandse Museum Vereniging kon het museum weer open. De nieuwe tentoonstelling Oogst in kleur. Aquarellen en tekeningen van Andreas Schotel werd ingericht. Al langere tijd werd er gewerkt aan een overzichtspublicatie van de aquarellen en tekeningen van Schotel, die wellicht nog voor de afloop van de expositie op 6 september zou kunnen verschijnen. Dat bleek vanwege de omvang en het vele werk niet realistisch, maar in december kon het boek van 372 pagina’s naar de drukker. Vanaf 12 september werd de expositie Een keur aan koppen geëxposeerd. Door een tweede ‘gedeeltelijke lockdown’ met ingang van 14 oktober zal die tot in het nieuwe jaar 2021 de museumwanden sieren. 

De rampspoed was niet totaal, want ondanks de coronaperikelen kwamen er toch vele wandelaars op de dagen met mooi weer naar Esbeek om de wandelroute individueel of met enkele mensen te lopen. Immers de verplichte anderhalve meter afstand kon tijdens het wandelen geen problemen opleveren.

Een aantal vrijwilligers heeft dit jaar niet veel kunnen doen. De jaarlijks terugkerende weekend van NL Doet kon niet doorgaan. Zomermarkten werden niet gehouden, zodat het bemannen van kraampjes niet nodig was. Ook de groepswandelingen met gids en de presentaties in het museum moesten worden geannuleerd. Het jaarlijkse uitstapje of een gezellige samenkomst van alle betrokkenen rondom het Schotelgebeuren zat er niet in. Maar laten we zeggen: wat in het vat zit, verzuurt niet.

Met ingang van 15 december ging het hele land in een ‘totale lockdown’, gevolgd in het nieuwe jaar met het instellen van een avondklok op 23 januari. We zullen zien, hoe de wereld er na deze periode weer uitziet.

Hopelijk kunnen wij na een breed vaccinatieprogramma de coronapandemie langzaamaan achter ons laten en met nieuw elan voortgaan op de eerder ingeslagen weg door het Andreas Schotel Museum en de Schotel wandel- en kunstroute verder te verbeteren en uit te bouwen.

Peter Thoben, conservator

Soms doe je een ontdekking. Met regelmaat doorzoek ik de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam, maar deze keer tref ik een portret van Andreas Schotel met baard aan, dat ik nog niet eerder heb gezien. Het portret is door de kunstenaar Albert Neuhuijs (1895-1968) getekend, van wie ik ook een zelfportret aantref. Met Andreas Schotel studeert hij vanaf 1917 aan de Rotterdamse academie bij Antoon Derkzen van Angeren. Op de website van het Rijksmuseum wordt als maker van het portret de Haagse Schoolschilder Albert (Johannes Albertus) Neuhuijs (1844-1914) genoemd, maar dat is onjuist. Omdat beiden Albert Neuhuijs – vaak met y geschreven – heten, ontstaat er nogal eens verwarring. De oudste Albert Neuhuijs is de bekendste, een broer van de grootvader van de jongste, dus een oudoom.

Over Albert Neuhuijs is niet veel bekend. Albertus Joannes Augustus Neuhuijs is op 17 april 1895 te Antwerpen geboren als zoon van fabrikant Augustus Désiré Neuhuijs (1862-1938) en de Zwitserse Maria Anna Bürgi (1872-1942). Een jongere broer is Paul Neuhuys (1897-1984), die als Franstalige dichter en criticus bekend zal worden. Voor de Eerste Wereldoorlog studeert hij aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, waar hij vermoedelijk Jo Proost in 1913 als medestudent leert kennen en met wie hij een reis naar Parijs maakt. Bij het uitbreken van de oorlog vlucht de koopmansfamilie Brand van Straaten-Pede naar Zeeland. Wanneer hun dochter Wilhelmina Maria Jacoba Brand van Straaten (1896-1991) zwanger blijkt te zijn trouwt Albert Neuhuijs haar op 7 april 1915 te Vlissingen. Ruim een maand later op 15 mei 1915 wordt zoon Donald Maria Augustus Neuhuijs (1915-2002) in Middelburg geboren. Op internet heb ik van hem een op eerste kerstdag 1915 geschreven briefkaart aangetroffen, waaruit blijkt dat hij op Boulevaard Leopold te Antwerpen verblijft en zijn vrouw op Hoekweg 10 te Rijswijk/Voorburg: “Mijn lief vrouwtje. Ik moet wel aannemen dat jou kaarten aan mij niet terecht komen. want van anderen ontvang ik toch zoo nu en dan eens iets. al is het ook niet dikwijls maar van jou heb ik nu in 2 maanden niets meer gehoord. Hoe komt dat toch? Ik ben altijd aan het denken daarover en kan het mij maar niet begrijpen. Nu hoop ik toch binnenkort vast op iets nieuws van je. Hoe maakt je het? Ik hoop nog altijd goed. Met mij gaat het naar omstandigheden. er is zeer weinig te verdienen. juist voor in het leven te blijven … Ik ben verleden week nog in de Kempen geweest en heb daar nog een klein zaakje in eikels gedaan. … Wat heb ik een spijt nieuwjaar niet bij jou te kunnen doorbrengen. Maar laat ons hopen dat het zoolang niet meer zal duren. Ik wensch je van harte alles goeds toe met het nieuwe jaar en hoop dat wij spoedig weer bijeen zijn. Nu mijn harte vrouwtje meest hartelijk omhelzend voor je liefh. ventje”

In Voorburg – vermoedelijk op bedoeld adres – wordt op 20 augustus 1916 hun tweede zoon David Johannes Arnoldus Neuhuijs (1916-2007) geboren. Het ligt niet ver van kasteel De Binckhorst, waar in die tijd een groep kunstenaars verblijft. Immers daar tekent Neuhuijs in 1916 twee portretten van Jo Proost. In 1917 vestigt het gezin zich in Rotterdam, waar Albert Neuhuijs samen met Andreas Schotel, Henriette Reuchlin-Lucardie en Henk Chabot de studie in de grafiekklas bij Antoon Derkzen van Angeren begint. Een derde zoontje Paul Neuhuijs ziet er op 30 mei 1918 het levenslicht, maar dat dooft al na twee maanden op 8 augustus. Het huwelijk houdt geen stand en de scheiding wordt op 11 april 1921 door de Rotterdamse rechtbank uitgesproken. Wilhelmina Brand van Straaten hertrouwt op 29 maart 1928 te Amsterdam met de jurist Herman Kornelis de Raaf (1898-1972), die uit een onderwijzersfamilie stamt. De twee zonen komen in Californië terecht, waar ze na 2000 overlijden. 

Bij de Rotterdamse gemeentebibliotheek heeft Albert Neuhuijs de assistente Cornelia Johanna van Wicheren (1894-1973) leren kennen en met haar trouwt hij op 1 maart 1922. Uit het huwelijk wordt een dochter Nadia Ilona Neuhuijs op 3 augustus 1929 geboren. Ook dit huwelijk eindigt in 1934 met een scheiding. Bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 gaat zijn atelier in vlammen op en het aanwezige werk geheel verloren. In 1952 reist hij naar Spanje. Naar aanleiding van zijn 65ste verjaardag krijgt hij in het prentenkabinet van Museum Boymans van Beuningen van 11 december 1960 tot 22 januari 1961 een overzichtstentoonstelling met catalogus: de belangrijkste in zijn leven. In 1961 verhuist hij naar Sassenheim, waar hij op 20 februari 1968 overlijdt. Zijn overlijdensadvertentie in Het Parool en De Telegraaf wordt ondertekend door Jeannette Marie Auguste Koetschheim (1903-1986), die van 1927 tot 1944 met Carolus Leopoldus Maria Janssens getrouwd was.

Albert Neuhuijs heeft met Andreas Schotel nauwe contacten onderhouden, als medestudent aan de academie, maar ook in de jaren daarna. Op de kersttentoonstelling in de academie eind december 1921 is hun beider werk te zien naast dat van Henk Chabot en Henriette Reuchlin-Lucardie. In december 1923-januari 1924 exposeren ze samen bij Kunstzaal Esher Surrey, in november-december 1924 bij de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp in Den Haag en in april 1925 samen in De Lakenhal te Leiden. Voorts wordt werk van hen op dezelfde groepstentoonstellingen gepresenteerd.

Albert Neuhuijs moet ook met Schotel mee naar Noord-Brabant gereisd zijn. Er is een ets van een boereninterieur bekend, die door meester Jan Lauwers is ingezonden naar de expositie Hilvarenbeek Oud en Nieuw in het Parochiehuis te Hilvarenbeek in augustus 1946. Een afdruk van deze ets is in de collectie van het Jakob Smitsmuseum te Mol aanwezig.

De portrettekening van Neuhuijs moet uit de periode zijn, dat Schotel zijn zelfportret in 1922 etst, omdat hij zichzelf daarop met baard afbeeldt. Uit 1926 dateert de ets van Schotel, waarop Neuhuijs staand is afgebeeld. Van Albert Neuhuijs bevinden zich in de collectie Esbeek nog vijf etsen en één linosnede. 

Het oeuvre van Albert Neuhuijs en de precieze relatie met zowel Jo Proost als Andreas Schotel zouden – voor zover nog te achterhalen – nader onderzocht moeten worden. 

Peter Thoben, conservator

Bekijk afbeeldingen

Doordat het Andreas Schotel Museum onlosmakend verbonden is met café Schuttershof is sinds half oktober het museum gesloten. Zolang de horeca gesloten is zal dat ook zo blijven. Dat betekent niet dat er niet wordt gewandeld, het blijft druk op de Esbeekse wandelpaden. De gratis wandelfolders die bij de buitendeur van het museum  te vinden zijn, moeten vaak worden bijgevuld. Toen net na de zomer de maatregelen wat werden versoepeld hebben we bezoek gehad van Lucette en Antonie Schotel, twee verre nazaten van Andreas Schotel. Op zich is dat niet bijzonder, de afgelopen jaren hebben we regelmatig contacten met familieleden van Schotel. Lucette heeft zoals ze zelf zei niet het tekentalent geërfd van haar familie, echter wel de creativiteit in het schrijven. Het is dan ook logisch dat we haar vroegen een stukje te schrijven over haar bezoek in Esbeek. We willen het u niet onthouden.

Op vrijdag 25 september zijn wij, Antonie (Ton) Schotel en Lucette Schotel, neef en nicht, naar Esbeek gegaan om een bezoek te brengen aan het Andreas Schotel Museum.
Antonie en ik zijn de nazaten van de zeeschilder Johannes Christiaan Schotel. Antonie is geboren in Vlaardingen en ik in Bandoeng West Java, in het voormalig Nederlands-Indië. Antonie heeft ook Indisch bloed.
Het werd De Dag Van Ons Leven!!! 

We zijn zo hartelijk, gastvrij en lief ontvangen door het hele Bestuur. We kregen koffie met gebak...Brabantse gastvrijheid ten top! We voelden ons VIP's.... 
We hebben onze ogen uitgekeken op alle etsen, schilderijen en de zelfbedachte en door Andreas gemaakte meubels, én zijn attributen, welke men kan bewonderen in het museum. De uitleg over Andreas én zijn werk, was ook geweldig te noemen. Helder en duidelijk. We kregen steeds meer bewondering, zowel voor De Meester zelf, als voor het werk van de vele vrijwilligers én het Bestuur.
Omdat Antonie en ik niet goed ter been zijn, heeft men ons met de auto langs delen van de 10 km lange wandelroute gereden. We hebben genóten!! Niet alleen van alle prachtige beelden, en de ezels met de etsen en schilderijen van "Oom Andreas Schotel " (zo noemen we hem!) maar ook van het mooie, rustgevende Brabantse land. We hebben met open mond gekeken naar het méér dan levensgrote, en zéér indrukwekkende beeld van oom Andreas. Ik, met mijn 1.49 mr. kwam maar net tot zijn knie. Ik kan al die indrukwekkende beelden wel allemaal één voor één opnoemen, maar dan wordt dit artikel te lang. Wèl wil ik het paard en de man achter de ploeg noemen, en de vrouwen in het veld. Ik moet ook nog iets kwijt over het Schuttel huisje...net een poppenhuis....en met authentieke inboedel, waaronder een echte ouderwetse bus VIM. Leuk om te zien.       

Wat we ook erg fijn vonden, was dat we het graf van oom Andreas hebben bezocht. Ik heb een bloemetje neergelegd voor hem en heb de tuinman van het kerkhof gevraagd om af en toe een bloemetje namens ons neer te leggen op het graf. Hij zou het doen.
Terug in Café De Schuttershof hebben we onszelf getrakteerd op het "ANDREAS SCHOTEL MENU".  In één woord zálig! En zo leuk opgediend op een bord in de vorm van een schilderspalet, met allerlei kleurige sausjes in de " verf " bakjes, zal ik maar zeggen. Antonie wordt nóg lyrisch als hij aan die maaltijd denkt...
 
We hebben uiteraard het boek : " ANDREAS SCHOTEL MUSEUM ESBEEK "gekocht.
Kortom...het is een GEWÈLDIGE dag voor Antonie en mij geweest en we hebben overal reclame gemaakt voor het "ANDREAS SCHOTEL MUSEUM ESBEEK" 

Met vriendelijke groet,

Antonie Schotel en Lucette Schotel

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design