Al eerder hebben wij voor een tentoonstelling tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel uit zijn omvangrijk oeuvre uitgezocht, die door hem als uitgangspunt voor etsen zijn gebruikt. Soms heeft hij zijn tekening of aquarel nauwkeurig nagevolgd, soms als vertrekpunt genomen met een zekere artistieke vrijheid. Door deze werken naast elkaar te plaatsen krijgen wij inzicht, hoe Andreas Schotel als kunstenaar min of meer te werk ging. Pas op het eind van zijn leven gaat hij direct op de zinken etsplaat tekenen en ontstaan er vrijere, meer schetsmatige voorstellingen.

Andreas Schotel behoort tot de generatie kunstenaars voor wie de waarneembare werkelijkheid altijd doel voor zijn artistieke werkzaamheid is. Aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen is hij in die traditie opgeleid. Door aandachtig te observeren weet hij het geziene beeld met de nodige aandacht voor details weer te geven. Dit betekent niet, dat hij de realiteit soms niet vereenvoudigd of ietwat naar zijn hand zet om een heldere, maar ook aantrekkelijke voorstelling te creëren. Door in directe observatie te tekenen met potlood, houtskool, krijt of door te aquarelleren weet hij het geziene beeld vast te houden. Hij kan dat al dan niet tot een zwart-wit ets uitwerken, waarbij het eindresultaat versterkt wordt door de schone druktechniek, die hij samen met Johannes Proost heeft ontwikkeld en vanaf 1932 altijd heeft gepraktiseerd. Door kleur en ondergeschikte details weg te laten roept hij eigenlijk de essentie van de geziene realiteit op. In zijn uitgebreid oeuvre treft men niet voor niets vele tekeningen en aquarellen aan, die hij derhalve als uitgangspunt – soms in spiegelbeeld – voor zijn etsen heeft genomen. 

Jaarlijks verbleef Andreas Schotel in de zomermaanden te Esbeek in een klein huisje, dat hij de naam ‘de Schuttel’ gaf. Hij liet zich in die periode door de werkzaamheden van de boeren inspireren. In de jaren 1920 was het boerenbedrijf vooral handwerk, naderhand zien wij het gebruik van machines opkomen, getrokken door paarden en later door tractoren. In de selectie voor deze expositie maken wij deze veranderingen in de landbouw min of meer zichtbaar.

De expositie loopt van 30 juni t/m 7 oktober 2018.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Etsen van Andreas Schotel (1896-1984). Vrouw, moeder en kind

Op de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen leert Andreas Schotel Mies (Anna Maria Angenita) Gips (1899-1991) kennen. Evenals hij volgt zij de grafieklas bij Antoon Derkzen van Angeren (1878-1961). Zij komt uit een artistiek milieu. Haar vader Johannes Willem Gips (1869-1924) richt in 1903 een glas-in-loodfabriek op in Den Haag, dat na zijn vroege dood door een fusie met glasatelier E.W.J. Kerling verder gaat als ‘NV Gips-Kerling. Atelier voor gebrand Glas in Lood’ tot in de Tweede Wereldoorlog. Een oom is Abraham Frans Gips (1861-1943), hoogleraar aan de Polytechnische School c.q. Technische Hoogeschool te Delft, maar vooral bekend als kunstschilder, tekenaar, wandschilder, interieurarchitect, graficus en boekbandontwerper. Uit de twee bewaard gebleven bladen in de museumcollectie blijkt Mies over capaciteiten en talent te beschikken. Op 16 april 1920 treedt Schotel met haar te ’s-Gravenhage in het huwelijk en ze brengen hun eerste periode door op houtvesterij De Utrecht te Esbeek. Uit het huwelijk wordt op 18 september 1921 te Hillegersberg dochter Anne Maria geboren en na haar volgen nog twee dochters Tjakeline Andrea en Johanna respectievelijk op 16 augustus 1923 en op 23 maart 1924. De middelste dochter komt in mei 1929 door verdrinking om het leven.

Na zijn huwelijk is Andreas in de ban van zijn vrouw, de zwangerschap en eerste maanden van hun eerste dochter. De onderwerpen van gasfabriek en havenarbeiders raken op de achtergrond, het gezinsleven komt centraal te staan.

De tentoonstelling laat met name etsen uit deze periode zien, waarvan hij er een zestal in de map ‘6 Ets studies van Ands Schotel’ in1921 heeft gebundeld. Het zijn deels gevoelige, intieme etsen, maar soms ook stevige bladen met krachtige lijnen én toon. De etsplaten heeft hij later in de door hem met Johannes Proost ontwikkelde schone druktechniek hernomen, wat een nogal gewijzigd beeld oplevert. Het thema keert ook in zijn oeuvre nog een enkele malen terug. Na het huwelijk is Mies niet meer artistiek actief geweest, waarover Andreas later de opmerking heeft gemaakt: “Ik dacht met een kunstenares getrouwd te zijn, maar het bleek een moeder”. Schuilt in deze uitspraak geen tragische ondertoon?

De expositie loopt van 21 april t/m 24 juni 2018.

 

 Tentoonstelling: Magdaleen Rademaker. Een keuze uit de etsen  (1924-2010)

Magdalena Maria Rademaker, geboren op 28 januari 1924 te Kalmthout, heeft haar opleiding genoten aan de Rotterdamse en Haagse academie. Na het behalen van de akte Nijverheids-onderwijs NXI in 1946 kan ze les geven aan meisjesscholen. Na kort in Voorburg gewerkt te hebben is ze vanaf 1 december 1947 lerares aan de Industrieschool voor Meisjes te Rotterdam en komt in 1949 in dienst bij de Vereniging Algemene Scholen voor Beroepsonderwijs (A.S.B.). Vanaf 1968 leidt zij jonge vrouwen op tot leerkracht in het nijverheidsonderwijs bij A.S.B. De Windroos te Rotterdam. Per 1 januari 1979 krijgt zij op 54-jarige leeftijd eervol ontslag met een invaliditeitspensioen.

Rond de bevrijding in 1945 heeft Leen graficus Andreas Schotel leren kennen, bij wie ze verder in het etsen wordt onderricht. Ze gaat voor hem (naakt)model staan en de relatie wordt steeds intiemer. Zo komt ze met het gezin van Schotel ’s zomers naar Esbeek. Als eerstegraads lerares kan zij zich alleen in haar vrije tijd en met name in de vakanties met het etsen bezighouden. In Rotterdam inspireren de wederopbouw van de binnenstad en metrobouw haar, terwijl in Noord-Brabant de natuur, de aanleg van de aardgaspijp, de houtbedrijvigheid in Esbeek en de werkende Schotel inspiratie bieden. De vroege etsen worden gekenmerkt door een complexe tekening en ogen daardoor ietwat strak en statisch. Ze missen een artistieke los- en vlotheid, die latere, meer schetsmatige etsen wel laten zien, maar dat gaat dan ten koste van een heldere vormentaal. Ze verdedigt de schone druktechniek van Johannes Proost en Andreas Schotel met verve en exposeert haar werk tezamen met dat van hen. Voor zijn dood in 1984 geeft Schotel haar opdracht om over zijn artistieke nalatenschap en die van Proost te waken. De Stichting tot Beheer en Behoud van Kunstwerken wordt opgericht en in november 1986 opent ze bij haar huis te Rhoon het speciaal gebouwde Schotel Museum.

In Esbeek ontstaat in 1981 de Stichting Vrienden van Andreas Schotel als kunstuitleen en ze helpen haar De Schuttel te behouden en te restaureren. Geen wonder dat ze ertoe overgaat om bij testament de hele nalatenschap aan Esbeek te laten, waar in 2009 als onderdeel van café Schuttershof het Andreas Schotel Museum open gaat. Zelf brengt ze vrijwel dement haar laatste levensjaren in een verzorgingshuis door en overlijdt op 15 september 2010 te Rotterdam.  Door haar gedrevenheid en doorzettingsvermogen is de nalatenschap van Schotel bij elkaar gebleven en hebben de Esbekenaren er een levendig museum met wandelroute van gemaakt.

De expositie loopt van 20 januari t/m 15 april 2018.