Van 9 maart t/m 16 juni 2019 heeft het Andreas Schotel Museum te Esbeek een thematische tentoonstelling ingericht met werken van Andreas Schotel, die met de wederopbouw van ‘zijn’ stad Rotterdam te maken hebben.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bombarderen de Duitsers het centrum van Rotterdam op 14 mei 1940 om de Nederlandse tegenstand te breken. Dit bombardement is een belangrijke reden voor de capitulatie van Nederland de dag daarop. Op slechts enkele gebouwen na, zoals het Stadhuis, het Schielandshuis, het Postkantoor etc. is de hele stad in een puinhoop veranderd. Al in 1940 worden plannen voor de wederopbouw gemaakt door stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen (1891-1979), maar door gebrek aan bouwmaterialen kan dit niet gerealiseerd worden. Zijn opvolger Cornelis van Traa (1899-1970) stelt de plannen bij en speelt bij de wederopbouw een zeer grote rol. Een totaal nieuwe stad wordt uit de grond gestampt, waarin nauwelijks of geen herinneringen aan het verleden zichtbaar zijn. Het beeld De verwoeste staduit 1953 van Ossip Zadkine (1890-1967) staat symbool voor en houdt de herinnering levend aan het dramatische wegvagen van het Rotterdamse stadshart.

Andreas Schotel die vanuit zijn sociale en communistische sympathieën in de werkende mens geïnteresseerd is, brengt de wederopbouw en vooral de bouw van het Groothandelsgebouw met werklieden in beeld. Mogelijk is de ets een opdracht van de stad of de Rotterdamse Kunststichting geweest ten tijde dat hij als secretaris betrokken is bij de in 1949 opgerichte Werkgemeenschap Grafische Kunst Rotterdam. Meerdere schetsen, aquarellen en etsen hebben met dit gebouw van doen. Het Groothandelsgebouw is ontworpen door het architectenbureau van Hugh Maaskant (1907-1977) en Willem van Tijen (1894-1974) en ligt naast het spoorwegstation aan Stationsplein en Weena. Bij de opening in 1953 is dit het grootste verzamelgebouw in Nederland dat aan 150 bedrijven en 5000 werknemers ruimte biedt. 

Van de bouw van de metro bij de Coolsingel heeft Schotel slechts één ets gemaakt, terwijl zijn leerlinge Leen Rademaker door de metrobouw tot een hele reeks etsen is geïnspireerd. Met de bouw ervan is omstreeks 1960 begonnen en het eerste stuk is in 1968 door prinses Beatrix en prins Claus geopend, waarna de metro gefaseerd is uitgebreid. 

In de gang is als vervolg van de expositie gekozen om een zestal etsen van Schotel met stadsbeelden uit de jaren 1960 en 1970 op te hangen.                  

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Met de honderdste verjaardag van Jan Naaijkens in zicht organiseert het Andreas Schotel Museum Esbeek – dankzij de hulp van de familie – een tentoonstelling met een keuze uit zijn beeldend oeuvre: grafisch werk en tekeningen. De expositie wordt op zondag 13 januari a.s. om 14.00 uurgeopend, waarvoor eenieder uitgenodigd is, en loopt tot en met 28 februari 2019.

Op 10 februari 2019 hoopt Jan Naaijkens eeuwling te worden. Als duizendpoot is Jan Naaijkens op vele terreinen bekend van onderwijzer tot radiopresentator, van schrijver tot verteller, van organisator van de Groot-Kempische Cultuurdagen tot toneelschrijver en regisseur. Voor velen is Jan een Brabander pur sang, of liever het prototype van de bourgondische Brabander, mede door de boeken Leer mij ze kennen … de Brabanders(1967) en Noord-Brabant in Grootvaders tijd 1870-1914(1978).

Zijn grote affiniteit met de beeldende kunsten is misschien minder gekend. Met veel kunstenaars zoals Rien van de Brink, Frans en Kees Mandos, Wim van de Plas, Henk Potters, Jan Willemen, Dirk Baksteen maar ook Andreas Schotel heeft hij contacten onderhouden. Meer dan eens opent of leidt hij tentoonstellingen in en voor diverse catalogi heeft hij teksten geschreven. Maar ook zelf is hij beeldend actief en misschien is er wel een beeldend kunstenaar aan hem verloren gegaan. Al op de lagere school tekent hij graag evenals zijn klasgenoot en vriend Janus Kluijtmans. Vader Jac. Naaijkens is timmerman, koster, organist, kaarsenmaker, gemeenteontvanger, maar ook drukker en uitgever van De Hilverbode. Zo komt hij thuis in aanraking met de ambachtelijke kant van het grafische vak en met de geur van drukinkt en bedrukt papier. Op de Bisschoppelijke Kweekschool in ’s-Hertogenbosch toont hij aanleg en snijdt er zijn eerste linosnede. In 1938 behaalt hij zijn diploma voor onderwijzer. In 1939 wordt hij als militair gemobiliseerd en komt o.a. in Roosendaal terecht, waar hij aanwijzingen krijgt van Gerrit de Morée (1909-1981), de latere docent aan de Academie St. Joost te Breda. Na de capitulatie keert hij naar Hilvarenbeek terug, waar hij thuis in de drukkerij aan De Hilverbodewerkt en in het verzet actief is met o.a. vriend Eugène van der Heijden. Aan de Tilburgse academie onder Henri Sicking volgt hij de opleiding voor de akte L.O. Tekenen, welke hij in 1941 behaalt. Vanwege zijn verzetsactiviteiten duikt hij onder in Amsterdam, op de zolder van De Wildeman bij kunstenaar Jan Tebben (1909-1978). In die periode tekent hij Amsterdamse stadsgezichten, vervaardigt prenten en exlibris in lino- en houtsneden en een reeks rijmprenten uitgegeven door zijn Sous-Marin Presse (Onderduik Pers). Terug in Hilvarenbeek verschuift zijn aandacht meer en meer naar schrijven, redigeren, toneelspelen en organiseren o.a. van de Groot-Kempische Cultuurdagen. Bij huwelijk en geboorte, ter illustratie van een verhaal of affiche van een voorstelling zorgt hij nog geregeld voor een passend beeld. Ook kalligrafeert hij oorkonden. Later is hij ‘vakantieschilder’ die vaardig reisschetsen van geziene landschappen, stads- en dorpsgezichten tekent. Jan Naaijkens is een ongrijpbare, culturele duizendpoot, misschien wel alleskunner of homo universalis, maar bij alles een levenskunstenaar.

Zijn  naam is verbonden aan de Jan Naaijkensprijs die door Het Noordbrabants Genootschap in 1982 is ingesteld en werd uitgereikt aan een persoon of instelling die voor het culturele leven in Noord-Brabant van belang was, terwijl de gemeente Hilvarenbeek op initiatief van Toneelgroep Maet hout Staet in 1997 de Jan Naaijkensring als culturele prijs tweejaarlijks toekent. Al bij leven heeft Jan Naaijkens een biografie Jan Naaijkens. Een leven in Brabant(2005) gekregen van de hand van journalist Theo Schouw. 

Peter Thoben, conservator 

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Graficus Pieter Dupont is een talentvolle kunstenaar, die vooral door zijn etsen en kopergravures bekendheid geniet, maar ook als kunstschilder, aquarellist, tekenaar en ontwerper van  boekbanden, postzegels en bankbiljetten werkzaam is geweest. 

Pieter Dupont is op 5 juli 1870 te Amsterdam geboren als zoon van pakhuisknecht Abraham Dupont en Anna Catharina Maria Winter. Zijn opleiding krijgt hij aan de Kunstnijverheids-school Quellinus (1883), de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers (1887-1890) en de Rijksakademie van beeldende kunsten (1889-1893). Hij is leerling van graveur Carel Hendrik Helweg (1846-1903) én etser en lithograaf Maurits van der Valk (1857-1935). Na enkele jaren leraar aan de Tekenschool voor Kunstambachten (1891-1896) vertrekt hij in 1896 naar Frankrijk, waar hij in Parijs, Nogent-sur-Marne en Auvers-sur-Oise werkzaam is. Hij is er bevriend met de graficus Theophile Steinlen, van wie hij een portret vervaardigt, en ontmoet er de beeldhouwer Auguste Rodin. In 1902 keert hij naar Amsterdam terug in verband met zijn benoeming tot hoogleraar in de grafische kunst aan de Rijksakademie als opvolger van de Duitse graveur en etser Peter Rudolf Stang(1831-1927). Als hoogleraar grafiek aan de Rijksakademie heeft hij grote invloed op zijn leerlingen en daarmee op de Nederlandse grafiek. Op 7 februari 1911 overlijdt hij 40 jaar oud aan hartfalen te Hilversum. 

Zijn vroege etsen hebben met name Amsterdamse stadsgezichten tot onderwerp. In Frankrijk worden zijn etsen van werkpaarden en trekkende ossen steeds gedetailleerder, technisch verfijnder en bereiken ze een grote expressieve zeggingskracht.

In de negentiende eeuw dienen de grafische technieken (gravure en lithografie) vooral om op ambachtelijk-technische manier kunstwerken te reproduceren. In navolging van de Franse, in 1862 opgerichte Société des Aquafortistes wordt in 1885 de Nederlandsche Etsclub opgericht om de etstechniek als autonoom artistiek medium te propageren met de uitgave van jaarlijkse grafiekmappen (tot 1896). Deze etsclub heeft tot de emancipatie van de grafiek geleid, waarbij de prent tot een zelfstandig kunstwerk uitgroeit. Pieter Dupont heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd.

De expositie loopt van 13 oktober 2018 t/m 10 januari 2019.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design