Dankzij de keuze die wij hebben mogen maken uit de Janus Kluijtmans-verzameling van Piet Simons kunnen wij tekeningen en aquarellen van deze markante Beekse kunstenaar tonen. Niet dat er in Hilvarenbeek geen aandacht voor Janus is geweest; hij heeft vele malen in de Wandelgangen van het Gemeentehuis geëxposeerd. In het dorp is Janus, evenals zijn vriend Jan Naaijkens, altijd actief o.a. bij de toneelvereniging Maet Hout Staet, het carnaval, de voetbalvereniging Hilvaria. Zijn tekeningen illustreren het boek Het dorp van onzer jeugd dat Jan Naaijkens bij hun tachtigste verjaardag heeft geschreven. Adrianus Petrus Kluijtmans is op 3 augustus 1919 geboren als zoon van schoenmaker Jan Kluijtmans (1897-1974) en Co Leemans (1900-1989). Zijn vader is een echte natuurmens en draagt de liefde voor de natuur over op zijn zoon. Hoewel Janus al jong aandacht en talent voor tekenen toont, zit een opleiding aan de kunstacademie er om financiële redenen niet in. Hij moet maar een vak leren voor de kost en in zijn vrije tijd schilderen. Na de lagere school komt hij te werken in de schoenfabrieken van Kuijpers, Bressers, Van Hees en Jan Wols. Om invulling aan zijn tekendrang te geven volgt hij de schriftelijke A.B.C.-tekencursus. In aanloop naar de oorlogsdreiging wordt Janus opgeroepen voor militaire dienst. Na de capitulatie keert hij per fiets naar Hilvarenbeek terug. Om aan de arbeidsinzet te ontkomen duikt hij maandenlang onder. Na de bevrijding verruilt hij de lucht van leer en lijm voor de geur van verf en gaat bij schildersbedrijf Piet Vingerhoets en later bij Pierre Verhagen werken. Bij kunstschilder Gé Hurkmans (1911-1984) in Tilburg neemt hij één dag in week les, die Janus op het juiste kunstspoor zet. Hij leert Andreas Schotel kennen. In 1951 trouwt hij met Lieske Vingerhoets (1922-2011) en ze krijgen samen een dochter Coby (1958-2022). Hij heeft dan de smaak van op reis gaan al te pakken, want in 1950 bezoekt hij Venetië en nog vele reizen zullen volgen naar Duitsland, Zwitserland, België, Frankrijk, Spanje en Marokko waarvan zijn tekeningen of aquarellen getuigen. Vanaf zijn 50ste tot pensionering is Janus conciërge aan de St. Jozef Mavo. Vervolgens breekt een tijd aan, waarin hij zich volledig aan schilderen en tekenen kan wijden. Met notaris en amateurschilder Cornel Snels (1932-2015) en zijn vrouw Mimi Snels-Reijnen (1936-1992) worden er tekenreizen ondernomen. Janus raakt betrokken bij de bestaande amateurschildersgroep die zich de Bikse Zondagsschool noemt. Samen met de leden Kees de Bruin, Piet van Rijswijk, Ruud Severijns, Bart van de Ven en Cees de Weijs wordt er wekelijks geschilderd. Hij overlijdt op 21 september 2004. Het tekenwerk op de tentoonstelling is ontstaan tussen 1951 tot 1995. Opvallend is dat Janus op heel verschillende manieren in potlood, inkt, aquarel en gouache heeft gewerkt in een handschrift van stevig en krachtig tot gedetailleerd en verfijnd. In de loop van de tijd is zijn werk steeds lichter en kleurrijker geworden. Deze selectie geeft een goed beeld van zijn artistieke mogelijkheden en hoe hij de sfeer van een locatie weet te treffen en vast te leggen. De expositie loopt van 27 november 2022 tot en met 12 februari 2023. Het museum in Café Schuttershof, Dorpsstraat 2, 5085 EG Esbeek is dagelijks geopend van 11.00 tot 16.00 uur, behalve op maandag.

Nieuwe expositie: Korenmijten en hooibergen

Korenmijten, hooibergen of kapbergen zijn boerenbouwsels die vroeger op het platteland alom aanwezig waren, maar nu nog met grote uitzondering worden aangetroffen. Op de etsen, tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel komen korenmijten, éénroedige mijten of paraplumijten in het landschap of bij de boerderij veel voor. Ook zijn ze zichtbaar bij het optassen van de rogge of bij het mechanisch dorsen met de dorskast. De ets ‘Larixtak met twee horizonten’ uit 1946 laat dat duidelijk zien. Hooi wordt nu tot balen geperst en in de schuur opgeslagen, gras wordt na het maaien eerder ingekuild. Mijten zijn bouwsels die hun oorspronkelijke functie verloren hebben en daarom als overbodige bouwwerken nagenoeg verdwenen zijn uit het boerenlandschap. 

Op zeventiende-eeuwse schilderijen, tekeningen en etsen van Nederlandse schilders bijv. Gerard ter Borch, Rembrandt van Rijn of Herman Saftleven zijn vier- of vijfroedige hooibergen afgebeeld. Ze staan vaak aan de waterkant en zijn voor de opslag van hooi bedoeld, wat typisch voor Holland is. De kap kan langs de staanders op en neer bewogen worden afhankelijk van de hoeveelheid hooi of stro die opgeslagen moet worden en droog moet blijven. Volgens de auteurs Sjef Hendrikx en George Dirven komen in Noord-Brabant vermoedelijk vanaf de achttiende eeuw éénroedige hooibergen voor. De roede in het midden is een eiken stam van 7 meter lang, waar een strooien kap met een diameter van zes of zeven meter langs geschoven en met een ijzeren pin op juiste hoogte geborgd/vastgezet kan worden. In Esbeek heeft Schotel zo’n paraplumijt gezien aan de Groenstraat. De andere etsen en aquarellen met een paraplumijt zou hij in België begin jaren 1950 geobserveerd hebben. 

Veel vaker is de korenmijt – ook wel graanmijt, roggemijt of havermijt genoemd – te zien op de etsen van Schotel en dat is niet zo vreemd. Na het maaien moet het koren (rogge of haver) tijdelijk opgeslagen worden om later in de winter gedorst te worden. De bouw van een rechthoekige of ronde mijt moet met vakmanschap geschieden. Op een bed van takken met een doorsnee van zes tot zeven meter worden de schoven systematisch opgetast en afgedekt met schoven om het water af te geleiden. Veldmuizen maar ook bunzing bezoeken de korenmijten om zich aan de graankorrels te goed te doen. Meerdere mijten staan op een hoek van een akker, waar het ongedorste graan met een dorsmolen of verplaatsbare dorskast wordt gedorst. Ook staan dergelijke korenmijten op het erf in de buurt van de schuur, wanneer de dorsmachine in de schuur door een paard in de manege of rosmolen buiten wordt aangedreven. Voor de mechanisatie gebeurde het dorsen handmatig met een dorsvlegel (steel met een bewegend slaghout), die door meerdere dorsers tezamen ritmisch wordt gehanteerd op de vloer van de deel van de boerderij. Met de introductie van de maaidorser of combine in de jaren 1960 is de tijdelijke opslag niet langer nodig en verdwijnen de korenmijten. Natuurlijk weten we dat de tijden veranderen, maar wij staan er niet altijd bewust bij stil.

De expositie loopt tot en met 20 november 2022. Het museum in Café Schuttershof, Dorpsstraat 2, 5085 EG Esbeek is dagelijks geopend van 11.00 tot 16.00 uur, behalve op maandag.

Vanaf 21 mei a.s. is er in het Andreas Schotel Museum een nieuwe expositie ingericht, waarvoor dit keer etsen en enkele houtsneden zijn geselecteerd.

Op de boerderij is altijd werk en het houdt nooit op. Afhankelijk van het seizoen is er meer of minder werk op het land. Ook de veestapel, al is het kleinvee, moet dagelijks gevoederd en verzorgd worden. Uit de veestallen en varkenshokken moet de mest uitgekruid worden. De werkzaamheden op het land verlopen volgens een vast ritme van mesten, ploegen, eggen, zaaien, maaien, dorsen en van spitten, poten, hakken of schoffelen op velden met aardappelen, bieten of groenten. Om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren bedient de boer zich van werktuigen als hulpmiddelen, aanvankelijk handgerei en vervolgens steeds meer machines. Het boerenwerk kan daardoor gemakkelijker en sneller uitgevoerd worden. 

Voor de tentoonstelling hebben we grafiekbladen geselecteerd, waarop handgerei, werktuigen en machines bij het boerenwerk door Andreas Schotel zijn afgebeeld. Opgemerkt moet worden, dat het vaak om latere afdrukken, zogenoemde schoongedrukte etsen, gaat. 

Zo beeldt hij boeren af met zicht en pik bij de roggeoogst en met zeis bij het grasmaaien. Ook het spitten, hakken en wieden is op zijn etsen te zien, waarbij een schop, riek, hak of schoffel gehanteerd worden. 

Paarden worden benut om ploeg en eg te trekken, of hoog- of erdkar voor het transport van oogst en mest. Op enkele etsen is het paard buiten de schuur in de manege of rosmolen te zien. Met het rondlopen van het paard aan een trekboom drijft hij via een tandwiel en lange as binnen een dorsmachine aan, een onderwerp dat Andreas Schotel vaker heeft weergegeven. Nadat het koren uit de aren is gekamd, moet het graan gezuiverd worden en door de kaf- of wanmolen gehaald worden om het kaf van het koren te scheiden.

Op zijn prenten is de komst van grotere landbouwwerktuigen te volgen zoals wan- of kafmolen ter vervanging van de gevlochten rieten wan, hooihark of hooikeerder, maaimachine, dorskast en natuurlijk de tractor, maar dan hebben wij het al over de periode na de Tweede Wereldoorlog. 

Opmerkelijk is, dat er op zijn etsen geen kruiwagens voorkomen, die toch veel gebruikt zijn bijv. bij het uitrijden van mest uit de stal. Misschien heeft Schotel dat als stadse mens te gewoon gevonden, waardoor het voor hem geen object is om af te beelden. 

Met deze thematiek zet Andreas Schotel een artistieke traditie voort, die zijn oorsprong heeft in de negentiende eeuw, wanneer kunstschilders naar het platteland trekken om er het ‘ongerepte’ landschap ‘en plein-air’ en de ‘zwoegende’ boeren of landarbeiders te tekenen en te schilderen. Zo ontstaan er in landelijke gebieden schilderdorpen of schilderkolonies bijv. in Dongen, Heeze, Mol, Kalmthout en Wechelderzande in de Kempen. De stimulans is omstreeks 1840 uitgegaan van de School van Barbizon, genoemd naar het dorpje in de bossen van Fontainebleau. Als grondlegger kan Jean-François Millet beschouwd worden en zijn ideeën vinden overal in Europa navolging en algemene acceptatie. Internationale tentoonstellingen van levende meesters en de opkomende kunsthandel dragen eveneens bij de verspreiding ervan bij. Het wordt een trend, waarmee opeenvolgende generaties kunstenaars worden geïnfecteerd als ware het een virus. Maar het moet tevens min of meer gezien worden als een reactie op de moderne tijd met industrialisatie, verstedelijking en sociale mistoestanden. Op het platteland is het boerenleven nog eenvoudig, authentiek en onbedorven, is er nog sprake van arbeidslust, plichtsbetrachting, familiezin, saamhorigheid en andere positieve connotaties, zodat het tot ‘ideaal’ wordt verheven.

Jaarlijks komt Andreas Schotel voor enkele maanden naar Esbeek en observeert de werkende boerenbevolking waarvan hij in talloze etsen, maar ook in tekeningen en aquarellen verslag doet op zijn eigen karakteristieke manier.

Misschien komt het beeld dat Andreas Schotel van het boerenwerk geeft, in onze ogen ‘romantisch’ over, maar het was natuurlijk fysiek zwaar; zwoegen en ploeteren voor een karig inkomen.

Peter Thoben, conservator

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design