Graficus Pieter Dupont is een talentvolle kunstenaar, die vooral door zijn etsen en kopergravures bekendheid geniet, maar ook als kunstschilder, aquarellist, tekenaar en ontwerper van  boekbanden, postzegels en bankbiljetten werkzaam is geweest. 

Pieter Dupont is op 5 juli 1870 te Amsterdam geboren als zoon van pakhuisknecht Abraham Dupont en Anna Catharina Maria Winter. Zijn opleiding krijgt hij aan de Kunstnijverheids-school Quellinus (1883), de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers (1887-1890) en de Rijksakademie van beeldende kunsten (1889-1893). Hij is leerling van graveur Carel Hendrik Helweg (1846-1903) én etser en lithograaf Maurits van der Valk (1857-1935). Na enkele jaren leraar aan de Tekenschool voor Kunstambachten (1891-1896) vertrekt hij in 1896 naar Frankrijk, waar hij in Parijs, Nogent-sur-Marne en Auvers-sur-Oise werkzaam is. Hij is er bevriend met de graficus Theophile Steinlen, van wie hij een portret vervaardigt, en ontmoet er de beeldhouwer Auguste Rodin. In 1902 keert hij naar Amsterdam terug in verband met zijn benoeming tot hoogleraar in de grafische kunst aan de Rijksakademie als opvolger van de Duitse graveur en etser Peter Rudolf Stang(1831-1927). Als hoogleraar grafiek aan de Rijksakademie heeft hij grote invloed op zijn leerlingen en daarmee op de Nederlandse grafiek. Op 7 februari 1911 overlijdt hij 40 jaar oud aan hartfalen te Hilversum. 

Zijn vroege etsen hebben met name Amsterdamse stadsgezichten tot onderwerp. In Frankrijk worden zijn etsen van werkpaarden en trekkende ossen steeds gedetailleerder, technisch verfijnder en bereiken ze een grote expressieve zeggingskracht.

In de negentiende eeuw dienen de grafische technieken (gravure en lithografie) vooral om op ambachtelijk-technische manier kunstwerken te reproduceren. In navolging van de Franse, in 1862 opgerichte Société des Aquafortistes wordt in 1885 de Nederlandsche Etsclub opgericht om de etstechniek als autonoom artistiek medium te propageren met de uitgave van jaarlijkse grafiekmappen (tot 1896). Deze etsclub heeft tot de emancipatie van de grafiek geleid, waarbij de prent tot een zelfstandig kunstwerk uitgroeit. Pieter Dupont heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd.

De expositie loopt van 13 oktober 2018 t/m 10 januari 2019.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Al eerder hebben wij voor een tentoonstelling tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel uit zijn omvangrijk oeuvre uitgezocht, die door hem als uitgangspunt voor etsen zijn gebruikt. Soms heeft hij zijn tekening of aquarel nauwkeurig nagevolgd, soms als vertrekpunt genomen met een zekere artistieke vrijheid. Door deze werken naast elkaar te plaatsen krijgen wij inzicht, hoe Andreas Schotel als kunstenaar min of meer te werk ging. Pas op het eind van zijn leven gaat hij direct op de zinken etsplaat tekenen en ontstaan er vrijere, meer schetsmatige voorstellingen.

Andreas Schotel behoort tot de generatie kunstenaars voor wie de waarneembare werkelijkheid altijd doel voor zijn artistieke werkzaamheid is. Aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen is hij in die traditie opgeleid. Door aandachtig te observeren weet hij het geziene beeld met de nodige aandacht voor details weer te geven. Dit betekent niet, dat hij de realiteit soms niet vereenvoudigd of ietwat naar zijn hand zet om een heldere, maar ook aantrekkelijke voorstelling te creëren. Door in directe observatie te tekenen met potlood, houtskool, krijt of door te aquarelleren weet hij het geziene beeld vast te houden. Hij kan dat al dan niet tot een zwart-wit ets uitwerken, waarbij het eindresultaat versterkt wordt door de schone druktechniek, die hij samen met Johannes Proost heeft ontwikkeld en vanaf 1932 altijd heeft gepraktiseerd. Door kleur en ondergeschikte details weg te laten roept hij eigenlijk de essentie van de geziene realiteit op. In zijn uitgebreid oeuvre treft men niet voor niets vele tekeningen en aquarellen aan, die hij derhalve als uitgangspunt – soms in spiegelbeeld – voor zijn etsen heeft genomen. 

Jaarlijks verbleef Andreas Schotel in de zomermaanden te Esbeek in een klein huisje, dat hij de naam ‘de Schuttel’ gaf. Hij liet zich in die periode door de werkzaamheden van de boeren inspireren. In de jaren 1920 was het boerenbedrijf vooral handwerk, naderhand zien wij het gebruik van machines opkomen, getrokken door paarden en later door tractoren. In de selectie voor deze expositie maken wij deze veranderingen in de landbouw min of meer zichtbaar.

De expositie loopt van 30 juni t/m 7 oktober 2018.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Bekijk afbeeldingen

Etsen van Andreas Schotel (1896-1984). Vrouw, moeder en kind

Op de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen leert Andreas Schotel Mies (Anna Maria Angenita) Gips (1899-1991) kennen. Evenals hij volgt zij de grafieklas bij Antoon Derkzen van Angeren (1878-1961). Zij komt uit een artistiek milieu. Haar vader Johannes Willem Gips (1869-1924) richt in 1903 een glas-in-loodfabriek op in Den Haag, dat na zijn vroege dood door een fusie met glasatelier E.W.J. Kerling verder gaat als ‘NV Gips-Kerling. Atelier voor gebrand Glas in Lood’ tot in de Tweede Wereldoorlog. Een oom is Abraham Frans Gips (1861-1943), hoogleraar aan de Polytechnische School c.q. Technische Hoogeschool te Delft, maar vooral bekend als kunstschilder, tekenaar, wandschilder, interieurarchitect, graficus en boekbandontwerper. Uit de twee bewaard gebleven bladen in de museumcollectie blijkt Mies over capaciteiten en talent te beschikken. Op 16 april 1920 treedt Schotel met haar te ’s-Gravenhage in het huwelijk en ze brengen hun eerste periode door op houtvesterij De Utrecht te Esbeek. Uit het huwelijk wordt op 18 september 1921 te Hillegersberg dochter Anne Maria geboren en na haar volgen nog twee dochters Tjakeline Andrea en Johanna respectievelijk op 16 augustus 1923 en op 23 maart 1924. De middelste dochter komt in mei 1929 door verdrinking om het leven.

Na zijn huwelijk is Andreas in de ban van zijn vrouw, de zwangerschap en eerste maanden van hun eerste dochter. De onderwerpen van gasfabriek en havenarbeiders raken op de achtergrond, het gezinsleven komt centraal te staan.

De tentoonstelling laat met name etsen uit deze periode zien, waarvan hij er een zestal in de map ‘6 Ets studies van Ands Schotel’ in1921 heeft gebundeld. Het zijn deels gevoelige, intieme etsen, maar soms ook stevige bladen met krachtige lijnen én toon. De etsplaten heeft hij later in de door hem met Johannes Proost ontwikkelde schone druktechniek hernomen, wat een nogal gewijzigd beeld oplevert. Het thema keert ook in zijn oeuvre nog een enkele malen terug. Na het huwelijk is Mies niet meer artistiek actief geweest, waarover Andreas later de opmerking heeft gemaakt: “Ik dacht met een kunstenares getrouwd te zijn, maar het bleek een moeder”. Schuilt in deze uitspraak geen tragische ondertoon?

De expositie loopt van 21 april t/m 24 juni 2018.

Bekijk afbeeldingen