Na het etswerk van graficus Dirk Baksteen (1886-1971) vorig jaar geëxposeerd te hebben toont het Andreas Schotel Museum Esbeek van 14 oktober 2017 tot en met 14 januari 2018 etsen van zijn leermeester Jakob Smits uit de collectie van het Jakob Smits Museum te Mol.

Rotterdammer Jakob Smits heeft zich in 1888 blijvend in de Kempen te Mol-Achterbos gevestigd, Rotterdammer Dirk Baksteen komt in 1912 als leerling bij Smits terecht, Rotterdammer Andreas Schotel gaat vanaf 1919 zomers tot zijn dood in 1984 naar de Kempen, maar naar Esbeek aan de andere kant van de grens. Het zijn alle drie uit Rotterdam geboortige kunstenaars met een grafisch oeuvre. Ze zullen elkaar wel nooit ontmoet hebben, maar Baksteen en Schotel kunnen via exposities weet van elkaars werk gehad hebben.

Jakob Smits heeft, voordat hij Achterbos als woonplaats kiest, al een enerverend leven achter de rug. Hij heeft aan de academies in Rotterdam, Brussel, München en Wenen gestudeerd, heeft Michelangelo’s werk  in Rome bestudeerd, is getrouwd geweest en leraar aan de kunstnijverheidsschool te Haarlem en heeft met de Haagse School-schilder Albert Neuhuijs rondgezworven. Hij trouwt met Malvina Dedeyn en in de verlatenheid van de Kempen zet hij zich aan het schilderen en onderhoudt per kaart en brief contact met de buitenwereld. Op internationale tentoonstellingen te München en Dresden wordt zijn werk in 1897 bekroond en zijn reputatie brengt kunstenaars uit alle windstreken naar Mol. Na de dood van Malvina in 1899 verdiept hij zich in het etsen, omdat die kleine werkjes gemakkelijker aan de man te brengen zijn. Hij zou van René Van Bastelaer in 1899 of van Frantz Charlet in 1903 het etsen geleerd hebben. Thematisch sluiten zijn etsen bij zijn tekeningen en schilderijen aan. Er ontstaat in 1909 een map met 4 etsen voor Kunst van Heden en een album met 25 etsen in 1910 die hij aan koningin Elisabeth opdraagt: het hoogtepunt in zijn etsoeuvre. Overigens drukt hij zijn etsplaten niet zelf af. In de Eerste Wereldoorlog komt er geen werk uit zijn handen, omdat hij zich voor de voedselvoorziening inzet. Zijn laatste etsen worden in 1923 opgenomen in de uitgave van Jean Laenen en Robert de Bendère. Na zijn dood worden niet vernietigde etsplaten nog afgedrukt en met zijn naamstempel gemerkt of door weduwe Josine Van Cauteren gesigneerd. Zijn etsen, soms schetsmatig of meer uitgewerkt, geven een goed inzicht in de artistieke kwaliteiten van Jakob Smits. Immers een ets toont onverbloemd de vaardigheid en trefzekerheid van de maker, omdat correcties altijd waarneembaar blijven.

Op zondag 15 oktober a.s. om 14.00 uur wordt de expositie officieel geopend. Kunst- en cultuurhistoricus Peter Thoben zal als conservator van het museum kunstenaar Jakob Smits introduceren. Bob Duijvestijn zal het gedicht In memoriam Jakob Smits van de hand van vriend Jan van Nijlen voordragen. Gedeputeerde Erik van Merriënboer van de provincie Noord-Brabant zal de expositie officieel openen.

Andreas Schotel Museum Esbeek (dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur, behalve maandag)

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Tentoonstelling: Schotel en het bos. Aquarellen en etsen

Wie het oeuvre van Andreas Schotel (1896-1984) een beetje kent, zal niet direct verwachten dat het bos voor de kunstenaar een onderwerp is. We denken eerder aan de havens van Rotterdam met schepen en havenarbeiders of aan het boerenwerk op het Brabantse platteland. De zwoegende mens tref je eerder op zijn etsen aan dan de ‘rust’ van het bos. Toch heeft Schotel etsen gemaakt, waarop het bos of bomen voorkomen.

Wanneer Schotel op recommandatie voor de eerste keer in 1919 in Esbeek komt bij houtvester Cornelis Sissingh (1876-1932), verblijft hij op landgoed De Utrecht. Als werknemer van de Nederlandsche Heidemaatschappij werkt Sissingh niet alleen aan de ontginningen van De Utrecht, maar ook aan die van de Oranjebond van Orde. Deze bond is in 1893 te Utrecht opgericht tegen het opkomend socialisme en met doel om de armoede van verpauperde stedelingen te bestrijden door ze in ontginningsgebieden te werk te stellen. Trouw aan het Oranjehuis zit mede in de naamgeving opgesloten. Voor de Oranjebond zamelt de Kwartguldenvereniging voor heideontginning (als vrouwelijke steunorganisatie) geld in en samen geven ze het weekblad ‘Sociale Stemmen’ uit. In 1903 koopt de Oranjebond, nadat Boekel geen heide wil verkopen, een stuk van de Rovertsche Heide aan. Na het afbranden van de boerderij ter plekke wordt die in 1905 herbouwd als woning met schuur en stal en met in de gevel een tegeltableau met de naam Oranjebond van Orde. Bij opheffing van de bond in september 1923 neemt de Heidemaatschappij de bezittingen over. Zo kan Sissingh aan Schotel toestemming geven om het tuinhuisje, dat hij van mevrouw Jeanne ter Kuile-Enklaar overneemt en naar Esbeek laat overbrengen, in het bos vlakbij de opzichterswoning van de voormalige Oranjebond neer te zetten. Vanaf die tijd verblijft Schotel er jaarlijks tijdens de vakantieperiode 2 tot 3 maanden.

De bos- en boomrijke omgeving van Esbeek heeft een dozijn grafiekbladen o.a. in de omgeving van de Slikkenberg opgeleverd. Begin jaren 1970 vervaardigt Schotel een reeks etsen met het vakantiehuisje De Schuttel in zijn bosomgeving. Verder inspireren houthakkers en bosarbeiders hem tot enkele aquarellen bij het werk in het bos. Zo wordt met deze expositie een minder gekend onderwerp in het oeuvre van Schotel belicht.

De expositie Schotel en het bos. Aquarellen en etsen loopt van 22 juli tot en met 8 oktober 2017 en is behalve op maandag dagelijks geopend van 11.00 tot 16.00 uur.

Andreas Schotel Museum Esbeek

in Café Schuttershof

Dorpsstraat 2

5085 EG  Esbeek

Bekijk afbeeldingen

View the embedded image gallery online at:
http://andreasschotel.nl/museum/exposities#sigProIdd5475987d8

Na mobilisatie in Noord-Brabant tijdens de Eerste Wereldoorlog keert Andreas Schotel naar Rotterdam terug en vervolgt zijn lessen aan de academie, maar nu in de pas gestarte grafiekklas bij Antoon Derkzen van Angeren (1878-1961). Schotel maakt kennis met de verschillende grafische technieken zoals lijnets, aquatint, vernis-mou, lithografie en hout- en linosnede. In een aantal etsen uit de begintijd zijn vader en moeder onderwerp, maar al gauw laat hij zich inspireren door bootwerkers, havenarbeiders en werklui van de gasfabriek. Het zou een studieopdracht kunnen zijn, waarvoor zijn leermeester het contact met de gasfabriek gelegd kan hebben. Hoewel de onderwerpkeuze niet aansluit bij het werk van Derkzen van Angeren zelf, kunnen het socialisme, revoluties en opkomend communisme Schotels aandacht op de werkman hebben gericht. Er zijn niet alleen veel tekeningen, etsen en litho’s van de gasfabriek bewaard, maar ze hebben ook nadrukkelijk het karakter van studies. Het licht-donker speelt een grote rol en derhalve zwart-wit-schakeringen, maar ook vuur en stoom dragen bij aan de sfeer. De etsen zijn door Schotel gedateerd tussen 1917 en 1920. Het kan als zijn eerste grote onderwerp beschouwd worden.

Om in de gasfabriek te mogen tekenen heeft hij ongetwijfeld toestemming moeten vragen aan directeur Melchior C. Sissingh (1866-1952), die in 1894 onderdirecteur en in 1907 directeur van de Rotterdamse Gemeentelijke Gasfabrieken is. Via zijn jongere broer Cornelis J.G. Sissingh (1876-1932), die door de Heidemaatschappij tot houtvester op de ontginningen van landgoed De Utrecht is aangesteld, komt Schotel naar Esbeek. Een gang die hij vanaf dat moment meer dan zestig jaar lang in de zomermaanden zal maken.

Rotterdam heeft meerdere gasfabrieken (Kralingen, Feijenoord en Keilehaven), maar op grond van oude foto’s heeft Schotel zijn observaties vrijwel zeker gedaan in de gebouwen van de Kralingse gasfabriek aan de Oostzeedijk en wel in de gebouwen van de uitbreiding uit 1904-1908. Overigens is deze gasfabriek in november 1926 gesloten.

Op overzichtstentoonstellingen heeft Schotel altijd wel etsen uit deze serie laten zien. Toch is het niet goed mogelijk om de titels aan de nu geëxposeerde etsen te koppelen. De grote ets die een overzicht van het binnenterrein van de gasfabriek toont, doet sterk denken aan de etsen met hoogovens en mijnschachten uit het Roergebied van Johannes Proost. Mogelijk heeft Schotel via zijn medeleerling Albert Neuhuys (1895-1968), die in 1916 portretten van Proost heeft getekend, hem persoonlijk en zijn werk leren kennen.

De expositie Schotel en de Gasfabriek Rotterdam. Werken uit zijn studietijd loopt van 29 april tot en met 16 juli 2017 en is behalve de maandag dagelijks geopend van 11.00 tot 16.00 uur.

Bekijk afbeeldingen

View the embedded image gallery online at:
http://andreasschotel.nl/museum/exposities#sigProId19e5b9d81c