Op zaterdag 9 december 2017 heeft Exlibriswereld, de Nederlandse Vereniging voor exlibris en kleingrafiek, in het Andreas Schotel Museum een winterruildag georganiseerd. Om de aanwezige verzamelaars te verrassen hebben wij de exlibris van Andreas Schotel in wissellijsten gezet en geprobeerd achtergrondinformatie bij iedere exlibris te verzamelen. Het exlibris (wat letterlijk betekent ‘uit de boeken’) is een soort etiket dat als eigendomsmerk in boeken wordt geplakt. Het is gebruik om aan kunstenaars speciaal daarvoor opdrachten te geven. 

Zo zijn er in de museumcollectie twee exlibris op naam van G. Beekmeijer, maar voor wie heeft Andreas Schotel deze prentjes op naam gemaakt? Al vele malen ben ik op zoek gegaan naar een zekere Beekmeijer en heb daartoe allerlei genealogische informatie op internet doorgespit, maar zonder resultaat. Bij een hernieuwde poging vind ik bij toeval het volgende berichtje onder de kop ‘Nieuws uit Esbeek’ in de Nieuwe Tilburgsche Courantvan 16 augustus 1935: “Aan de R. K. school is benoemd als onderwijzeres mej. G. Beekmeijeruit Nijmegen.” Daarmee wordt het wel zeer aannemelijk, dat Schotel voor deze onderwijzeres het bewuste exlibris heeft gemaakt. Belangrijk is te weten, dat haar voorletters M.H.M. zijn, zoals in het boekje Basisschool De Wingerd. 140 jaar onderwijs in Esbeek(1983) door A.C. Soetens staat. Ook vermeldt het dat zij Joanna Catharina Maria Lauwers (1910-2006), de oudste dochter van schoolhoofd meester Jan Lauwers, is opgevolgd. Nadat mej. Lauwers op 28 december 1938 te Hilvarenbeek met de uit Best geboortige onderwijzer Joannes Maria Petrus Eijsbouts (1909-1992) is getrouwd, schijnt die in de plaats van mej. Beekmeijer aangesteld te zijn. In het adresboek van Nijmegen uit 1934 blijkt onderwijzeres M.H.M. Beekmeijer op het adres Van Spaenstraat 17 te wonen en als ze in september 1935 verhuist, woont ze te Esbeek D 38a.Ze keert in de tweede helft van februari 1939 uit Hilvarenbeek naar Nijmegen terug op het adres Van Slichtenhorststraat 24 volgens de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courantvan 24 februari 1939. 

In Nijmegen treffen wij als enig gezin Beekmeijer reiziger Wilhelmus Franciscus Beekmeijer (1862-1932) en zijn vrouw Helena Maria Zuidberg (1876-1928) aan. Ze zijn op 1 mei 1902 te Groningen getrouwd. Ze wonen in Amsterdam en Arnhem. In maart 1924 ruilen ze Amsterdam voor Tilburg (Gasstraat 13 en later Nijverstraat 108) om in juni 1925 naar de Keizer Karelstad (Oude Haven 86, Lange Hezelstraat 74 en Stieltjesstraat 18a) te komen, maar er worden geen kinderen op hun gezinskaart vermeld noch in Tilburg, noch in Nijmegen. Ze overlijden na elkaar te Nijmegen. Toch krijg ik het vermoeden dat deze Beekmeijers wel eens de ouders van onderwijzeres Beekmeijer kunnen zijn, wat blijkt te kloppen. Wanneer de familie naar Nijmegen komt, zijn de twee kinderen op kostschool. Als ze naar thuis terugkeren, komen ze dan ook niet zelfstandig in het adresboek voor. In 1934 staat M.H.M. Beekmeijer, dus na de dood van haar vader, wel in het adresboek vermeld, maar niet meer in dat van 1940. Ze moet dan Nijmegen verlaten hebben. Op 25 augustus 1939 wordt te Schiedam Liselotte Josefa Margaretha Beekmeijergeboren, die als actrice bekendheid geniet en op 31 maart 1971 in het gemeenteziekenhuis te Arnhem jong overlijdt. Onder de overlijdensadvertentie staat Mevr. M.H.M. Beekmeijer te Oosterbeek genoemd naast Robert Roozemond (1933-2009), met wie Liselotte getrouwd is en 2 kinderen heeft, Wouter Pepijn en Jochem Feste. Roozemond begint in Oosterbeek Buro POK, een Instituut voor Kultuurpropaganda, dat vele iconententoonstellingen organiseert. Op Kasteel De Wijenburgh te Echteld maakt hij met zijn Iconencentrum en -kunsthandel naam tot het failliet gaat.

Deze Greet, Greta, Gré of Grietje (Margaretha Helena Maria) Beekmeijer is op 13 januari 1909 te Amsterdam geboren en heeft haar opleiding tot onderwijzeres genoten aan de Kweekschool St. Ursula te Boxtel. Ze wordt op 4 mei 1921 in het bevolkingsregister van Boxtel ingeschreven en zal op 18 juli 1927 weer worden uitgeschreven naar Nijmegen. Zowel De Maasbodevan 13 juni 1927 als Tilburgsche Courantvan 14 juni 1927 melden “dat voor akte L.O. is geslaagd M.H.M. Beekmeijer, Nijmegen”. Begin augustus 1932 slaagt ze ook te Utrecht voor de akte L.O. Engels zoals de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Couranten De Gelderlandervan 4 augustus 1932 melden. Ze blijkt daarvoor opgeleid bij Fry’s Taalinstituut en wel bij directeur M.L. Roos, leraar M.O. in Nijmegen. Deze joodse, in Nijmegen geboren, ongehuwde Machiel Levi Roos (1887-1942) is vanaf september 1924 als leraar M.O. Engels actief en blijkbaar met de methode van Fred Fry’s Taalinstituut van Frederick Carl Meijerte Amsterdam. Als een van de eerste biedt het instituut taalcursussen op grammofoonplaat aan onder de naam Fry’s Phono Method. Roos woont met zijn moeder in de Van Dulckenstraat 18 en ze zullen in de oorlog op transport gesteld worden naar Auschwitz en er in de gaskamer omkomen.

Een jongere broer is Jan (Johannes Wilhelmus Franciscus) Beekmeijer, geboren op 25 mei 1914 te Amsterdam, die op het internaat van Instituut St. Jozef van de Barmhartige Zusters van de derde Orde van de H. Franciscus van Assisië, ook wel Franciscanessen, te Schin op Geul heeft gezeten van september 1923 tot juli 1925 (zie Harold en René Collaris, Instituut St. Jozef in Schin op Geul/Valkenburg. De jongens, de zusters en het personeel, Neerbeek/Landgraaf 2014, 34). In 1930 slaagt hij voor de mulo en legt in 1934 examens af voor Duitse, in 1935 voor Nederlandse en in 1937 voor Franse handelscorrespondentie. Als kantoorbediende wordt hij in het Nijmeegse adresboek van 1940 vermeld aan de Akkerlaan. In 1942 vertrekt hij naar Maastricht, waar hij in december 1942 trouwt met de in Maastricht geboren winkeljuffrouw Lieke Klinkhamers. Hij zal in mei 1979 te Rotterdam overlijden.

Wat uit het spoorzoeken naar voren komt, dat mej. Beekmeijer als ongehuwde moeder een kind krijgt in Schiedam, in ieder geval ver weg van Nijmegen. Daarna gaat ze het onderwijs te Amsterdam in, want in 1946 komt haar naam aldaar voor bij de commissie van beroep- en bezwaarschriften. Contacten met kunstenaar Andreas Schotel zullen in Esbeek ontstaan zijn, maar blijken er later ook nog te zijn, als Schotel twee versies van een exlibris voor een zekere Liselotte in de jaren 1950 maakt, welke misschien bedoeld is voor dochter Liselotte Beekmeijer. De puzzel past zo mooi in elkaar, maar je vraagt je wel af, hoe en waarom er contacten met haar zijn geweest en gebleven. Omdat het allemaal lang geleden is en M.H.M. Beekmeijer op 13 januari 1996 te Amsterdam overleden is, zal die vraag vooralsnog onbeantwoord blijven. Maar wellicht zijn er nog mensen, die toch meer weten, of zijn er nog schoolfoto’s waarop onderwijzeres Beekmeijer staat.

Peter Thoben,

Conservator

Vrienden van Schotel.

Terugblik op 2017

De Vrienden van Andreas Schotel kunnen terugkijken op een uitstekend jaar. Tijdens de jaarlijkse culturele vriendenavond op 17 maart werd het afgelopen jaar doorgenomen en Danny van Vliembergen tot bestuurslid benoemd. Thijs Caspers, medewerker van het Brabants Landschap, hield een boeiend en humorvol verhaal rond ‘De Tuin der Lusten’ van Jheronymus Bosch, waarna het ruilen van de Schotel-etsen plaatsvond. In april werd bekend, dat de wandel- en kunstroute was genomineerd voor de Brabantse Stijlprijs 2017 en dat het publiek op een van de vijf finalisten kon stemmen. Op 18 mei werd de winnaar van de juryprijs en publieksprijs in het Markiezenhof te Bergen op Zoom bekend gemaakt. De Vrienden van Schotel gingen met beide prijzen aan de haal; een glazen kunstbokaal en een cheque van € 2.500,- brachten ze mee naar Esbeek. Op 13 oktober tijdens Esbeek of the future. Een reis door de tijd ter gelegenheid van 10 jaar Coöperatie werd door burgemeester Ryan Palmen van Hilvarenbeek bekend gemaakt dat de jury de Jan Naaijkens Ring als tweejaarlijkse cultuurprijs van Hilvarenbeek aan de Vrienden van Andreas Schotel had toegekend. De officiële uitreiking ervan zal op 21 januari a.s. in cultureel centrum Elckerlyc te Hilvarenbeek plaatsvinden.

Alle activiteiten van zowel huiskamermuseum als buitenmuseum met wandel- en kunstroute droegen tot deze successen bij met name omdat er nog voldoende mogelijkheden voor de toekomst in het verschiet liggen. Na de afsluiting van de succesvolle expositie Dirk Baksteen (1886-1971), etser van de Kempen werden er dit jaar vier tentoonstellingen ingericht, te weten Vrouwen rond Schotel. Figuurstudies in kleur (21 januari t/m 23 april), Schotel en de Gasfabriek Rotterdam. Werken uit zijn studietijd (29 april t/m 16 juli), Schotel en het bos. Aquarellen en etsen (22 juli t/m 8 oktober) en Etsen van Jakob Smits (1855-1928) (14 oktober t/m 14 januari 2018). Tijdens het landelijke Museumweekend op 9 april 2017 was werk van Andreas Schotel in alle Beekse musea te zien:Observaties in het circus in Museum Dansant, De vrouw en het kind: de moeder in Museum Dorpsdokter, Rotterdamse stadsgezichten in Museum De Roos, Kerktoren en fabrieksschoorsteen in Torenmuseum en Boerenwerk in Boerderijmuseum Grutje. De opening vond in het museum plaats door burgemeester Ryan Palmen.

Met de inventarisatie van de collectie werd voortgang geboekt en de museumverzameling kon door aankoop en schenking worden vergroot met een onbekende map met 6 etsstudies uit 1921, 1 tekening en 16 etsen van Andreas Schotel, 1 ets van Antoon Derkzen van Angeren en 4 houtsneden van Jan Naaijkens. Daarnaast kon de documentatieverzameling o.a. met brieven en foto’s worden uitgebreid. Over de tentoonstellingen, aanwinsten en collectie rapporteerde de conservator met regelmaat in ’t Kleppermenneke. Het museum kon met twee nieuwe vitrines worden uitgerust, die door leerlingen van het Summacollege te Eindhoven waren vervaardigd.

Om de wandel- en kunstroute verder aan te kleden werd er een rusthuisje in de nabijheid van boerderij De Koekoek geplaatst. Ook werden er plannen en een maquette voor een nieuw ‘beeld’, of liever bouwwerk, gemaakt. Hannes Verhoeven hoopt in de loop van 2018 over te kunnen gaan tot de uitvoering van de ‘Melkfabriek’ in de vorm van een kolossale koe, waarin het proces van gras tot melk en consumptie op educatieve wijze ‘beleefd’ kan worden.

En dan te bedenken, dat alle activiteiten rondom het Andreas Schotel-verhaal onder leiding van een onbezoldigd bestuur en een grote groep vrijwilligers tot stand worden gebracht. Om waardering uit te spreken voor ieders bijdrage werd op 18 november een vrijwilligersuitstap naar het Glazenhuis in Lommel met museum en glasblaasatelier gemaakt met een lunch en drankje.

Maar het grootste compliment was en is, dat het publiek in grote getale museum en wandelroute wist en weet te vinden. Niet alleen individueel of in klein gezelschap liep men de route, maar ook werden er vele groepen met een begeleide rondleiding ontvangen. Een speciaal karakter hadden de opening van het museumweekend door burgemeester Palmen op 9 april, de opening van de tentoonstelling van Jakob Smits door gedeputeerde Erik van Merriënboer op 15 oktober en de ruildag van de Exlibriskring op 9 december. Alle gebeurtenissen en activiteiten vonden hun neerslag in de sprekende en schrijvende pers van Omroep Brabant tot Brabants Dagblad, De Hilverbode en ’t Kleppermenneke. Een jaar om met voldoening op terug te blikken, maar het afgelopen jaar geeft tevens energie en moed om op de ingeslagen weg verder te wandelen.

Peter Thoben, conservator

Aanwinsten uit voormalig bezit van een Esbeekse onderwijzeres

Het museum heeft een vroege ets en grote tekening van Andreas Schotel kunnen verwerven via de dochters uit de familie Meuwese-Dijkmans. Wat is het verhaal achter deze kunstwerken?

In de Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant van 6 augustus 1923 lezen wij dat met ingang van 1 september 1923 benoemd wordt tot onderwijzeres aan de openbare lagere school te Esbeek mej. Maria Dijkmans en de Nieuwe Tilburgsche Courant van 6 september 1923 meldt, dat zij de benoeming heeft aanvaard. Blijkens de Nieuwe Tilburgsche Courant van 19 februari 1926 verzoekt zij om eervol verslag aan het gemeentebestuur, hetgeen tegen 1 april 1926 wordt goedgekeurd en waarbij “het aantal leerkrachten aan genoemde school weer [zal] dalen tot twee”. Mejuffrouw Dijkmans wordt bij Jan M. Lauwers (1881-1965), sinds 1912 hoofd van der openbare lagere school te Esbeek, onderwijzeres en zal via hem de kunstenaar Andreas Schotel hebben leren kennen.

Maria Josephina Gerardina Dijkmans is geboren op 14 april 1897 te Tilburg. Ze heeft een oudere broer Jan, die vanwege een psychiatrische aandoening later in een inrichting opgenomen wordt, een jongere broer Joseph die bij de Kruisheren te St. Agatha intreedt en een nog jongere broer Gerard die de zaak van vader voortzet en actief zal zijn voor de bedevaart naar Lourdes, terwijl een ongehuwde zus Wilhelmina voor moeder blijft zorgen. In februari 1916 legt Maria het examen nuttige handwerken met goed gevolg af en slaagt zij voor de akte Lagere Onderwijs in april 1923, zodat ze daarna solliciteert naar de vacature in Esbeek. Binnen drie jaar moet ze al ontslag nemen in verband met haar voorgenomen huwelijk met de 12 jaar oudere, Bossche koopman Louis (Aloïsius Petrus Maria) Meuwese (1885-1974). Het huwelijk wordt voor de wet op 31 mei 1926 te Tilburg gesloten en kerkelijk ingezegend op 1 juni 1926 in de parochiekerk van het H. Hart, bekend als Noordhoekkerk, te Tilburg. Aan haar afscheid besteedt de Nieuwe Tilburgsche Courant van 3 april 1926 aandacht: “Het hoofd der school prees haar om haar groote toewijding en liefde voor haar vak, roemde haar onderwijs, wees op de goede verstandhouding en schetste het groote verlies, dat de school door haar heengaan lijdt. Op zulke krachten mag de school trotsch zijn. Bij monde van Mevr. Sissingh werd haar namens de ouders als blijk van hooge waardeering eene prachtige ets aangeboden van den kunstschilder Schotel. … Kinderen en ouders bejammeren zeer haar heengaan.” De ets, die mevrouw Willemina Alide Sissingh-Bennema (1878-1953) aanbiedt, stelt ‘pramen aan de waterkant’ voor en is tamelijk donker. De vernis-mou-prent meet 154 x 457 mm en is in potlood met ‘Andr Schotel’ gesigneerd, welke signatuur alleen op heel vroege prenten van Schotel voorkomt. Overigens krijgt ze van meester Lauwers ook een (ongesigneerde) ets van een landschap, waar hij achterop schrijft “Herinnering aan Esbeek 31/3/1926 Lauwers”, maar die is zeker niet van Schotel.

Louis Meuwese, met wie Maria Dijkmans trouwt, heeft aan de Vughterstraat 55 in ’s-Hertogenbosch de firma L. Meuwese-Leijgraaff in koloniale waren en comestibles, die zijn moeder M.W.A.H. Leijgraaff (1857-1937) na de dood van vader L.I.H. Meuwese (1854-1892) heeft voortgezet en die hij later van haar heeft overgenomen. Uit het huwelijk worden vier dochters geboren: Jos (1927), Marieke (1928), Trees (1930) en Nel (1934). Twee komen in het bibliotheekwezen terecht, twee in de verpleging en op de oudste na trouwen er drie en hebben nageslacht.

De familie Dijkmans woont aan de Spoorlaan 90 in Tilburg. Vader Cornelis Johannes Dijkmans (1853-1923) is getrouwd met Gertrude (Jozepha Geertruda Maria) Gusken (1865-1947) en noemt zich fabrikant en later koopman en handelsagent. Hij zit in de kolenhandel en richt in mei 1914 N.V. Steenkolenhandel Wilhelmina op naast de al bestaande Kolenhandel Brabant van mei 1912. C.J. Dijkmans is directeur en de schoenenfabrikanten P.J. Mannaerts en H.A.J. Mannaerts zijn commissarissen. In advertenties staat vermeld dat de steenkolenhandel ‘districtsvertegenwoordigster der Staatsmijnen in Limburg’ is. Tevens blijkt uit advertenties, dat het hoofdmagazijn in de Heiningstraat 2 is en dat er diverse depots verspreid over Tilburg zijn. Na de dood van vader Dijkmans neemt dus zoon Gerard Dijkmans de kolenhandel over. In 1940 wordt de naam gewijzigd in Dijkmans’ Steenkolenhandel N.V. Overigens de bekende mgr L.J. Dijkmans (1851-1937), 40 jaar lang pastoor van de Sint-Joriskerk te Eindhoven, is een oom van Maria Dijkmans en zuster Norbertina, geboren als Maria Helena Dijkmans (1857-1908), overste van het klooster van de Zusters Franciscanessen te Dongen, een tante.

Voor het werk van Schotel heeft Maria Meuwese-Dijkmans een zwak, want ze heeft door de tijd heen meer werk van hem aangekocht. In oktober 1979 bezoekt ze een tentoonstelling van etsen in de grote zaal van Schuttershof en vraagt Trees Smolders of de kunstenaar er is. Schotel hoort dat en schrijft haar op 19 oktober 1979: “Dat is weer enige tijd geleden maar mocht u mij per briefje nu willen meedelen of u belangstelling hebt in mijn werken en zo ja wilt u dan naar Rotterdam naar mijn atelier toe komen.” Ze heeft blijkbaar hierop geantwoord en Schotel schrijft haar op 26 oktober 1979: “Uw aanschijn ben ik eerlijk gezegd volkomen vergeten door de alle tussenliggende gezichten ….. Die maaierstekening weet t goed nog waarmede [?] ik er een ets naar heb gevrocht. Sukses heb ik feitelijk nooit gehad maar de laatste jaren is er aaneenschakeling van bestellingen maar waardoor dat komt blijft mij een raadsel maar leuk is ’t wel. Veel werken is mijn enige levensmogelijkheid met daarbij enkele goede vrienden …” Waarschijnlijk heeft zij Schotel in haar schrijven herinnerd aan de grote krijttekening (343 x 646 mm), die zij al langer in bezit heeft.

Maria Meuwese-Dijkmans is in het onderwijs nooit meer werkzaam geweest, zij helpt haar man in de zaak en zet zich onder meer in voor de St. Elisabethvereniging van de Bossche Catharinaparochie. Na haar dood op 26 oktober 1994 te ’s-Hertogenbosch komt het werk dat zij van Schotel in bezit heeft aan haar dochters toe en via hen komen dus twee werken in de museumcollectie terecht. Een mooi achtergrondverhaal bij deze aanwinsten.

Peter Thoben, conservator